Rusland trip 2004 (vervolg)

Woensdag 13 oktober

In de ontbijtzaal van het hotel heerst al de nodige drukte, was ik gister nog verbaasd over de hoeveelheden die men tot zich neemt, doe ik vandaag al aardig mee. In de wetenschap dat we vanmorgen weer zo’n 100 kilometer van Moskou af zitten is de kans dat de lunch er bij inschiet groot, dus doe ik me tegoed aan blini’s en andere kostelijkheden. De Russische doperwten laat ik met rust, ze lijken niet op onze Nederlandse doppers maar veel meer op de “anabole steroïde” variant, de Russiche reus onder de doperwten. In de eetzaal heerst een ouderwets regime, niemand ontsnapt aan de aandacht van de “stalinistische ontbijtakela”. Ze loert op nieuwe gasten als een aasgier op haar prooi, pas als haar krabbel op het ontbijtkaartje staat mag je je gang gaan, dit leidt soms tot heftige discussies maar ze is onvermurwbaar, geen kaartje, geen ontbijt.

Na een “Moskou’s” uurtje wachten trekken we er weer op uit voor een kennelbezoek, dit keer is het kennel Da Lan Shi. Om de drukte in het centrum te vermijden, kiest Slava voor een tocht door de buitenwijken van Moskou en daar wordt je bepaald niet vrolijk van. Troosteloos anders kan ik het niet omschrijven. Eindeloze rijen, dicht op elkaar gebouwde, blokkendozen, geschilderd in de meest naargeestige kleuren die je je maar kunt bedenken. Bruin, grijs en grauw zijn mij bij gebleven, daarbij moet ik wel vermelden dat ook het weer hierbij een rol speelt, het is deze ochtend bewolkt en ‘t motregent af en toe.

Kennel Da Lan Shi ligt in een niet al te frisse buurt. Er rijden geen treinen meer over de lager gelegen spoorlijn, deze wordt sindsdien gebruikt als dumpplaats voor grofvuil. Her en der liggen opengescheurde zakken met huisvuil, de geur die dit met zich meebrengt past overigens prima bij de omgeving.
We wandelen het weggetje af naar de kennel, waar we hartelijk worden ontvangen door Olga Golovanova en haar echtgenoot. De kennel kampt met ruimtegebrek, de honden zitten her en der opgesloten, er zit er zelfs eentje in de auto. Dit overziend staat alles in schril contrast met de kennels die we gisteren hebben bezocht. De reden dat we hier zijn is Adim, een zwart/witte Aziaten teef, dochter van Lakshari Elchan en half zuster van Gyess. Adim is een goed gebouwde CAO teef. Haar karakter is charmant, voor een Aziaat misschien te enthousiast naar vreemden maar dat heeft zeker ook met haar leeftijd te maken, ze is nog geen 2 jaar. Naast Adim maken we kennis met Sakshi, Akgjul, Nulsu, Gurlen en Aygul, allen honden van het Turkmeense type. Tijdens het gesprek vraag ik Olga naar haar visie op de fokkerij, ik krijg hierop geen duidelijk antwoord en dat is ook precies wat ik voel als ik naar haar honden kijk. In een van de kenneltjes zitten 3 puppen van zo’n maand of 5 te wachten op een koper. Door de enorme populariteit en de groei van het aantal CAO fokkers loopt de markt terug. Ik hoop dat deze puppen uiteindelijk een baas zullen vinden. Helaas hebben ze alle 3 entropion, iets wat je regelmatig tegenkomt bij Aziaten en waar men kennelijk geen problemen mee heeft. Bij de ingang van de datsja zit een 2 maand oude pup. Het dier is onbenaderbaar, iedere poging om hem uit zijn hokje te lokken wordt beantwoord met wegduiken en onzeker geblaf. De reden voor dit gedrag is volgens Olga het feit dat zijn nestgenootje net verkocht is en hij het nu alleen moet opknappen. Dit is gedrag dat ik niet graag zie in een Aziaten pup.

Een Aziatenpup is doorgaans zeer zelfverzekerd en ietwat terughoudend naar vreemden. Deze terughoudendheid mag men niet verwarren met onzekerheid en/of angst . Ze zijn van nature zeer onderdanig, deze onderdanigheid komt niet voort uit respekt voor de baas, maar heeft alles te maken met een instinctieve overlevingsdrang. Deze drang zit ingebakken in hun genen, alleen op deze manier kunnen ze overleven bij de kudde. Dit gedrag blijft tot ze zich sterk genoeg voelen om de strijd aan te gaan met de roedelleider. Nu bij de Alpha van de roedel is dat niet direkt een probleem, daar geldt het recht van de sterkste of een levenslange separatie als blijkt dat geen van tweeën de strijd wil opgeven. Indien de Aziaat de strijd aangaat met de baas, betekent dit het ontbreken van voldoende leiderschap en dat kan wel degelijk tot problemen leiden. Baas van een Aziaat kun je alleen worden op basis van wederzijds respekt, waarbij de baas de lijnen uitzet door een consequente opvoeding en lichaamshouding. Brute kracht en/of forse korrekties werken bij de Aziaat in tegengestelde richting, deze worden door hem gezien als teken van zwakte. Fluisteren en vragen werkt in de meeste gevallen beter dan luide commando’s. Alles dient in rust, met beleid en zonder dwang te geschieden, dit geldt ook voor de socialisatie.

Tijdens de thee met wederom taart en veel chocola vertelt Olga over het ontstaan van de kennel, haar fokplannen en toont ons foto’s van door haar gefokte Aziaten.

Na de thee houden we het voor gezien, we gaan terug naar Moskou. Slava dropt ons bij het appartement, hijzelf rijdt nog even naar de zaak om wat werk af te handelen. Terwijl Sima een maaltijd bereid schrijf ik een uitvoerige mail voor Diane en Leo. Ik weet niet waar ik moet beginnen en vervolgens weet ik niet meer van ophouden. We hebben afgesproken dat ik vanavond mee ga naar hun paard, de stallen liggen op zo’n 75 kilometer van Moskou. Normaal gesproken bezoeken ze Reddy 3 à 4 keer per week, ’t paard komt deze week heel wat aandacht te kort. Sanya de Rottie gaat ook mee, dit tripje laat ze zich niet door haar neus boren. S&S zijn gek van paarden. Reddy is niet hun eigen paard maar wordt geleased.

De stallen zijn aangeboden en ingericht door een Duitse weldoener. De leiding is in handen van een voormalig olympische dressuurrijder, Kazachstaanse stalknechten zorgen voor het stalwerk, maar het borstelwerk en de training is de verantwoording van S&S. Eenmaal aangekomen bij de stallen blijkt dat we te laat zijn, de paarden hebben net gegeten en het zou onverantwoord zijn om nu direkt te gaan trainen. Dus slenteren we wat door de stallen en daar wacht mij nog een aangename verassing. In een van de boxen staat een bloedmooie zwarte Akhal Teke hengst, die in tegenstelling tot zijn soortgenoten ook nog benaderbaar is. Sterker nog, hij is nieuwsgierig, snuffelt aan mijn gezicht, ik kan zijn adem voelen. Ik moet lachen om de verbaasde gezichten van S&S, hoe kan iemand die bang voor paarden zegt te zijn, zich laten besnuffelen door eentje die niet met vreemden communiceert. Ik wijt het aan Turkmeense magie. Er blijken nog veel meer Akhal Tekes in de stallen aanwezig te zijn, hengsten en merries. Wat jammer dat we niet eerder vertrokken zijn, dan hadden we ze nog buiten kunnen fotograferen, nu blijft het bij een afdruk op mijn netvlies.

De Akhal Teke (AT) vindt zijn oorsprong in de Kara-Koem (zwart zand) woestijn. Akhal is een oase in Zuid-Turkmenistan en Teke de naam van een daar levende stam. Het ras heeft weinig gemeen met de Europese paardenrassen. Het hoofd heeft een typisch Oosterse uitstraling, is fijn gebouwd en edel, met levendige, intelligente ogen en betrekkelijk lange oren. Verder heeft dit paard een lange dunne hals en zijn de manen kort, of ontbreken helemaal; ook de staart is kort (Turkmenen scheren de vacht met een mes tegen de vachtrichting in, daarna wordt het paard ingepakt in dekens welke hem ’s winters beschermen tegen extreme kou en zomers tegen insektenbeten). De vacht is fijn van structuur, zijdeachtig, dit geeft een metallieke glans aan elke kleur. De Akhal Teke is smal gebouwd, heeft een lange gespierde romp en platte ribben. Het paard is hoogbenig en heeft fijn beenwerk waardoor het pezige uiterlijk van het dier wordt benadrukt. In tegenstelling tot Westerse paardenrassen zit er geen grammetje vet op deze paarden en net zoals bij de Turkmeense honden kan je de ribben tellen. De AT kan met zeer weinig eten en water enorme prestaties verrichten. Het is een typisch nomadenpaard, dat bekend staat om zijn extreme uithoudingsvermogen.
In 1935 zijn 15 Akhal Tekes gebruikt voor een reis van Asjchabad naar Moskou (4125 km). De reis ging door de Kara-Koem woestijn, een tocht van ongeveer 360 km, deze werd afgelegd in drie dagen. Tijdens de tocht door de woestijn was er vrijwel geen water beschikbaar. Deze reis is in 2004 nog eens herhaald, dit keer door 4 meiden.
Het is een uiterst trots en temperamentvol paard, gehard door een leven in de woestijn. Eenkennig, terughoudend naar vreemden maar wreed voor soortgenoten; ziet een AK hengst kans om los te breken dan houd je maar gedeist. AT’s zijn vechtersbazen pur sang, het is extreem gevaarlijk om in de buurt te komen van vechtende ATs, proberen ze te scheiden is zinloos zolang de eigenaar niet in de buurt is. Deze kan met een simpel “dour, dour” (rustig, rustig) de hengst kalmeren, daar waar een vreemde zijn nek kan breken.
Voor zover mij bekend mogen er op dit moment geen ATs meer worden geëxporteerd vanuit Turkmenistan, dit omdat de Turkmenen bang zijn voor Westerse invloeden die de oorspronkelijkheid van dit bijzondere nomadenpaard bedreigen.

Slava besluit Reddy nog enige tijd te longeren (aan een lange lijn rondjes te laten lopen), na enige tijd begint Sanya er genoeg van te krijgen, ze wil de aandacht best wel even delen maar ook voor een Rottie zijn er grenzen. Ze loopt behoorlijk te klieren maar omdat niemand reageert besluit ze Reddy in zijn spoor te volgen, in deze formatie lopen ze nog een aantal rondjes. Het is donker als we het paard naar zijn box brengen. Op weg naar de auto ziet Sanya nog even kans om een van de stalkatten tegen zich in het harnas te jagen, vijanden voor het leven, je kan haar bijna zien gniffelen, de kras over haar neus neemt ze graag op de koop toe.

Donderdag 14 oktober

Na een stevig ontbijt en 2 koppen heerlijke verse espresso, reizen we omstreeks 10.00 af naar Konakova, een tocht van circa 150 kilometer. Het rijden op de Russische autowegen vraagt de nodige ervaring van de bestuurder, er zijn weliswaar verkeersregels maar niemand schijnt zich hier aan te houden en waarom zou men ook, alles kan hier worden afgekocht met roebels, dus ook de boetes.

Dat brengt me meteen op de Russische verkeerspolitie (Militsia), daar valt ook nog wel wat over te vertellen. De militsia is sterk vertegenwoordigd langs de autowegen, om de 50 kilometer is er wel een politiepost, meestal een onooglijk betonnen gebouwtje waar veel drukte heerst, ook rijden ze rond in van die witte autootjes met groene strepen. De Militsia heeft beperkte bevoegdheden en is niet bewapend maar is wel het meest corrupte onderdeel van het Russische politiesysteem. Een kilometer voor de politiepost staat de voorhoede, een kort tikje met de gummistok betekent dat je je mag gaan melden bij de eerstvolgende politiepost (let op dit gebeurt bij snelheden van 100 km of hoger, dus volop in de remmen om op tijd stil te staan bij de politiepost).

Op weg naar Konakova worden we 2 keer aangehouden door de heren van de Militsia, de eerste maal betreft het een alcoholcontrole, de twee keer wil men alleen het rijbewijs controleren, beide keren moet Slava mee naar binnen en om snel van ze af te komen moet er met roebels worden geschoven, een bijna dagelijks ritueel voor diegenen die de autoweg gebruiken om van A naar B te komen. Schuif je niet dan kunnen ze je het heel erg moeilijk maken, er is altijd wel iets te vinden waarvoor ze je kunnen vasthouden en protesteren heeft geen zin. Dit is tevens de reden dat Slava in een oude Volvo rijd, nieuwe, duurdere auto’s zijn vaker het doelwit van de Militsia.

De autoweg raast dwars door kleine en grote dorpen, men heeft destijds bij de aanleg van deze wegen totaal geen rekening met de dorpen gehouden. De dorpelingen die willen oversteken kunnen gebruik maken van oversteekplaatsen waar het verkeer wordt tegengehouden door stoplichten en in een enkel geval is er zowaar een voetgangersbrug aangelegd. Bij de oversteekplaatsen doen zich levensgevaarlijke situaties voor, het verkeer raast met hoog tempo het dorp binnen, springt een licht op rood dan trapt men vol op de rem en mag je hopen dat degene die achter je rijdt niet mobiel zit te bellen.

We maken een stop in een van de dorpen, er moeten nog wat dollars worden gewisseld. Terwijl Slava naar het wisselkantoor loopt, zoeken wij het adres op van een kennel waar we zaterdag naar toe willen. Dit adres zit in mijn tas die achter in de kofferbak ligt, een kwestie van klep open, agenda pakken en weer in de auto stappen, hooguit 2 à 3 minuten. Terug in de auto komt Sima tot ontdekking dat haar tasje is gestolen. Ongelooflijk, terwijl wij bij de auto staan ziet iemand kans om, zonder dat wij het merken, een tasje uit de auto te gappen. S&S kijken nog wel even rond en vragen aan de mensen die op de bus staan te wachten of ze iets hebben gezien, maar zonder succes. Nu begrijp ik meteen waarom S&S hun tassen altijd voor de buik dragen en deze stevig vasthouden, werkelijk niets is hier veilig. Gelukkig zit er niet veel van waarde in het tasje, maar toch bedrukt dit voorval de sfeer voor enige tijd. Sima verwijt zichzelf dat ze beter had moeten oppassen.

Ongeveer 75 kilometer van Moskou neemt het Russische platteland het over van de stad, de omgeving verandert langzaam in een vriendelijker landschap, meer berkenbomen en groen, minder industrie en verkeer. Tegen 13.30 uur arriveren we in Konakova, een kleine stad met circa 60.000 inwoners. Konakova ligt aan de Volga, die met een lengte van circa 2300 kilometer de langste rivier van Europa is.

Larissa heeft me uitgenodigd om de nacht in Konakova door te brengen. Dit houdt wel in dat ik me hier alleen moet zien te redden, S&S gaan terug naar Moskou. Larissa spreekt een paar woorden Engels, en ik een paar woorden Russisch en daarmee zullen we ons moeten redden. Moet eerlijk bekennen dat ik het best wel spannend vindt.
Nu eerst het huis van Ludmilla Roginskaja zien te vinden, bij gebrek aan een stratenplan gaan we op zoek naar een plaatselijke taxi, deze is snel gevonden en de behulpzame chauffeur legt ons uit hoe we moeten rijden. 10 Minuten later staan we voor het huis van Ludmilla. Het huis ligt tegen de bosrand aan en is een ware vesting, ik inmiddels geleerd dat dit geen luxe maar noodzaak is.

De tuin is omgeven met 2 meter hoge metaalplaten inclusief deur met camerabewaking. Even vraag ik me af of we hier wel aan het juiste adres zijn, met circa 13 CAOs zou je wat geblaf mogen verwachten, maar het is er muisstil. Pas als we aanbellen, komt er leven in de brouwerij en horen we het zware geblaf van Turkmeense kuddebewakers. Enkele minuten later zwaait de deur open en sta ik oog in oog met Turkmen Kala Alamat en zijn eigenares Ludmilla Roginskaja. Eenmaal binnen weet Alamat dat we geen bedreiging vormen en hij loopt terug naar zijn plaats vanwaar hij een oogje in het zeil blijft houden.

Ludmilla gaat ons voor naar de kennels waar haar kennelhulp Oxanna al op ons staat te wachten met Aksha. De teef is gister moeder geworden van een pup, deze bevalling ging niet van harte en de pup is uiteindelijk met een keizersnee gehaald. Aksha is een import uit Turkmenistan en door Ludmilla naar Konokava gehaald.
Het valt me op dat de fokkers die we tot nu toe bezocht hebben veel fokken maar ook zeer regelmatig “vreemd” bloed gebruiken. Op deze manier houdt men de lijnen breed

We wandelen langs de kennels, naast volwassen honden zit hier ook veel jong spul. Afhankelijk van hoe ze uitgroeien, blijven ze in de kennel of worden verkocht. Volwassen honden die ze de fok beschikbaar willen houden worden bij liefhebbers in de omgeving geplaatst. Zo blijft er in de kennel altijd ruimte voor nieuwe honden (eigen fok of aangekocht).

In de tussentijd is ook Larissa gearriveerd, zij is de eigenlijke reden dat ik hier in Konakova ben.
Larissa Nedikova en haar 3 vriendinnen hebben we in Szentendre (Hongarije) leren kennen. Ze hadden 4 Zuidrussen ingeschreven voor de Euro Youzhak. Het klikte meteen, tijdens een van onze “borrelavondjes” nodigde Larissa ons uit voor een tegenbezoek aan Konakova. Uiteraard stond deze reis toen nog niet op de planning.

Wie had toen kunnen bedenken dat ik nog geen 5½ maand later weer oog in oog met haar zou staan, het weerzien laat ons beiden niet onberoerd.

Ik vraag Ludmilla of het mogelijk is om foto’s te maken van de honden met het berkenbos als achtergrond, dit is geen probleem. In een redelijk tempo krijg ik ze allemaal voor de camera. Het gaat te ver om deze honden hier een voor een te bespreken. Meestal zijn het maar kleine verschillen die maken dat je als blok voor de een valt en de ander maar zozo vind. Ik heb de afgelopen dagen al best veel honden gezien en ik moet bekennen dat het me steeds zwaarder valt om ze te beschrijven zonder dat ik de betreffende hond voor me heb staan. Om herhaling te voorkomen vertel ik liever iets over het ontstaan van Turkmen Kala.

Ludmilla Roginskaja is al van jongsaf aan aktief in de kynologie (voor de perestrojka was kynoloog een beroep, ook aan een fokker werden hoge eisen gesteld, vooral de oudere fokkers hebben een zeer brede kynologische kennis). In 1990 is ze begonnen met het fokken van Centraal Aziaten. Ze is naast rasspecialist ook biologe en voorzitter van de ZOOpraktika. In 1999 is haar inzet voor het ras beloond met een eremedaille (nummer 009), deze medaille wordt uitgereikt door de CAO club Rusland, om hiervoor in aanmerking te komen moet men een zeer belangrijke bijdrage aan het ras hebben geleverd. Deze medaille wordt overigens maar zelden uitgereikt.

Hun eerste teef, Sauly (Alabassa lijn), werd geïmporteerd uit Turkmenistan.
In 1991 begon Sauly opnieuw aan een lange reis, dit keer naar Tasjkent (Oezbekistan) om daar te worden “uitgehuwelijkt” aan Bossar. Bossar kwam oorspronkelijk uit Mari (Turkmenistan), van waar hij na deel te hebben genomen aan diverse gevechten door de Tasjkentse dierentuin naar Oezbekistan is gehaald. Hier heeft men hem opgekalefaterd en nadat hij weer op krachten kwam is Bossar met goed resultaat ingezet voor de fokkerij.
Uit deze combinatie heeft Ludmilla Gissar (reu) en Kora (teef) aangehouden. Vooral Gissar is veel uitgebracht op shows. Zijn kwaliteit werd regelmatig gewaardeerd met uitmuntende beoordelingen en de daarbij behorende titels. Op 10-jarige leeftijd werd hij nog tot “beste veteraan” gekozen op de meest prestigieuze CAO show in Rusland, de ‘Aziat”.
In 1993 heeft Ludmilla 2 teven uit de Ukraine gehaald, Karma en Kirida (Achtai Azia x Ajura), beide ouderdieren zijn afstammelingen van “Witte Ekimen”).
In 1995 wordt Abdula (Gissar x E-Gjera) geboren. E-Gjera brengt de Zwarte Ekimen lijn met zich mee.
Vervolgens wordt in 1996 Gissar met Karma gekruist. Uit deze combinatie wordt de reu O-Akdember aangehouden. Met O-Akdember begint het succes van kennel Turkmen Kala pas echt. Deze reu heeft onder diverse rasspecialisten enorme successen behaald.
Ah-Sari (Gurhan Niktan x Karma) verstevigd de Witte Ekimen lijn, zowel haar vader als haar moeder zijn afstammelingen van deze belangrijke bloedlijn. In een volgend artikel zal ik wat dieper ingaan op het belang van deze 2 bloedlijnen (Zwarte en Witte Ekimen).

Ondanks de vele showsuccessen streeft Turkmen Kala naar het fokken van een zo oorspronkelijk mogelijk type. Naast het behoud van type wordt er ook getest op werkkwaliteiten. Eenmaal per jaar wordt een van Moskou’s beste trainers/pakwerkers uitgenodigd om de honden te beoordelen. De test bestaat uit het tegenhouden van een inbreker die over de schutting wil klimmen of zich met geweld door de deur wil werken, maar ook een direkte aanval van de pakwerker op de eigenaar wordt getest. Honden die niet of nauwelijks reageren worden op voorhand uitgesloten van de fok. Mocht later blijken dat een van de uitgesloten honden het spel van de pakwerker niet serieus neemt maar wel degelijk reageert als er een werkelijke bedreiging is, dan wordt de situatie weer anders. Samen met Ludmilla en Larissa bekijk ik de video’s die tijdens het testen zijn gemaakt.
Hoewel ik onder de indruk ben van de snelheid waarmee deze honden reageren en situaties inschatten, zal ik dergelijk tests nooit promoten. In Rusland (en andere voormalige USSR landen) is een waakhond pure noodzaak, een must. Vrijwel alle tuinen waar een of meerdere honden lopen zijn stevig omheind. Is er dan toch iemand die denkt naar binnen te moeten gaan zonder toestemming van de eigenaar, dan loopt deze persoon het risico kennis te maken met de kracht van een dergelijke hond. In Rusland zal geen inbreker of goede buur het in zijn hoofd halen om er een zaak van te maken, hij had beter moeten weten. Dat ligt hier in het westen beduidend anders, voor je het weet sta je voor de rechter uit te leggen waarom jouw hond het lef had om een inbreker in zijn broek te bijten en kan de inbreker rekenen op een aardig bedragje aan smartengeld. Deze scherpte wordt hier niet getolereerd.

Oxanna laat ons weten dat we aan tafel kunnen gaan. Een Russische lunch? Dit is een compleet buffet en ik maak me ernstig zorgen dat ik de gastvrouw heftig ga teleurstellen, ik ben namelijk een enorme kieskauw. Maar dat blijkt reuze mee te vallen, met uitzondering van de met kip gevulde paprika doe ik me tegoed aan de kostelijkheden die op tafel staan, met wat zwart brood, water en vodka red ik me uitstekend door de situatie heen. Het gesprek verloopt ietwat moeizaam, maar met handen, voeten, pen en papier komen we een heel eind, ook Larissa’s woordenboekje met kynologische uitdrukkingen komt goed van pas. Halverwege de lunch komen ook Oxanna en de kokkin aanschuiven, de vodka blijft rondgaan en ik besluit me wat meer op het water te richten, ik moet nog een hele dag mee! Het dessert bestaat uit…..jawel thee, taart en andere zoetigheden, kortom de kilo’s vliegen eraan.

Het gisteren geboren pupje staat in een doos omkleed met dekens en bontmantel bij de verwarming, voor het eerst zie ik een CAO pup van een dag oud. Oxanna voed de pup geitenmelk met een pipet. Dat dit pupje wil overleven blijkt wel uit de snelheid waarmee ze de melk naar binnen werkt. Ze voeden haar met geitenmelk omdat de moeder nog medicatie krijgt. Om te voorkomen dat deze medicatie via de moedermelk de groei van de pup gaat afremmen, geven ze haar geitenmelk, dit schijnt vrijwel dezelfde samenstelling te hebben als moedermelk.

Na de lunch rook ik buiten op het trapje een sigaret. Het is prachtige herfstweer en vanaf deze plaats heb ik zicht op het berkenbos dat bij nader inzien een park blijkt te zijn. Al die tijd zie ik vanuit mijn ooghoek dat Alamat me aan het inschatten is, na poosje besluit hij dat het tijd wordt eens nader kennis met me te maken. Langzaam komt hij de trap op en nadat hij wat heeft gesnuffeld mag ik hem aanhalen. Na deze korte kennismaking klimt hij de trap weer af en gaat bij zijn hok liggen.
Dit is wat ik zo geweldig vindt aan deze rassen. Ze tolereren je omdat de baas je heeft binnengelaten, maar ze blijven serieus en enigszins waakzaam. Je mag ze aanhalen, maar ze tonen geen emoties. Ze ondergaan het maar tegelijkertijd sluiten ze zich af.

Ik had gehoopt met dit stuk mijn Russische avontuur af te sluiten, maar merk dat ik alweer 4 A4-tjes heb gevuld. Daar ik ook nog graag wat foto’s bij dit stuk wil plaatsen rest mij niets anders dan een deel 3 te schrijven. In deel 3 racen we in een authentieke Lada 4-wheel drive over Rusland’s zandwegen en bospaden, hierbij vergeleken is de rally van Dakar een makkie. Laat Larissa me kennismaken met een aantal door haar gefokte Zuidrussen. Vervolgens laat Ludmilla ons zien dat haar Japanse bolide niet voor een Toepolev onderdoet, met snelheden waarbij je het gevoel krijgt “nog even en dan gaan we opstijgen” cruisen we over het asfalt inclusief kuilen op weg naar meer Centraal Aziaten. Dat een ziekenhuis ook prima kan bepalen dat een loopse teef op het geschikste moment gedekt gaat worden. Maar ook wat doet een kameel in een kloostertuin en wat hebben Aziaten gemeen met Mongoolse honden en……………..

Hieke Dijkstra

Note: In Rusland is het couperen van oren en staart toegestaan, dit in tegenstelling tot Nederland, hier mag niet meer gecoupeerd worden.

© 2004/2005 Hieke Dijkstra.
Dit artikel en foto's mogen niet zonder schriftelijke toestemming vooraf door derden gekopieerd en/of verspreid worden.

 

 


Adim Da Lan Shi,
fokker/eig. Olga Golovanova

 

 

 

 


Gurlen Da Lan Shi,
fokker/eig. Olga Golovanova

 

 

 

 


Da Lan Shi puppen,
fokker/eig. Olga Golovanova

 

 

 

 

 


Da Lan Shi ??,
fokker/eig. Olga Golovanova

 

 

 

 


Akhal Teke

 

 

 

 

 


Turkmen Kala Alamat,
fokker/eig. Ludmilla Roginskaja

 

 

 

 

 


Ah Sari, eig.
Ludmilla Roginskaja

 

 

 


Aksha (Import Turkeminstan),
eig. Ludmilla Roginskaja

 

 

 

 

 


Ileri Tuhaj Bej (Turkmen Kala Alamat x Ene Tuhaj Bej), eig. Ludmilla Roginskaja

 

 

 

 

 


Sakura Goitsche (Import Turkmenistan),
eig. Ludmilla Roginskaja

 

 

 

 

 


Turkmen Kala jonge reu,
fokker/eig. Ludmilla Roginskaja

 

 

 

 

 


Turkmen Kala Gissar,
fokker/eig. Ludmilla Roginskaja

 

 

 

 

 


Turkmen Kala O-Akdember,
fokker/eig. Ludmilla Roginskaja

 

 

 

 

 


Turkmen Kala Alamat,
fokker/eig. Ludmilla Roginskaja

 

 

 

 

terug naar "artikelen Centraal Aziatische Ovcharka"