
Rusland trip 2004 (vervolg) Donderdag 14 oktober, zuidrussenperikelen Larissa gebaart me dat ik mee moet komen, Andrey Zverev staat buiten op ons te wachten. Ik begrijp dat Andrey ons vanmiddag door Konakova en omgeving gaat chauffeuren. Andrey is de trotse eigenaar van een heuse Lada 4-wheel drive. Dacht ik tot dat moment dat de Volvo van Slava het zwaar te verduren had, dan moet ik hierbij bekennen dat ik me behoorlijk heb vergist. Voorzichtigheidshalve hop ik op de achterbank, ‘k heb de deurklink nog in mijn hand als Andrey hem in de versnelling gooit en het gaspedaal raakt. Door de kracht waarmee de Lada vooruitschiet, word ik naar achteren geduwd en lig bekant achterin tussen de blikken diesel. De kuilen in de zandwegen krijgen een nieuwe betekenis, na elke kuil gegarandeerd een nieuwe buil. Met wat heen en weer schuiven van handen en voeten krijg ik grip op de situatie en zet me klem tussen het interieur, zo voorkom ik dat ik bij iedere bocht over de achterbank schuif en kan eindelijk mijn blik op buiten richten. Ondanks de enorme vervallen bouwwerken die met zekere regelmaat het landschap vervuilen is de omgeving overwegend groen en landelijk, het belooft een bijzondere middag te worden. We rijden eerst naar Andrey’s huis om daar zijn Zuidrussen te bekijken. Ik begrijp van Larissa dat hij fokt onder haar kennelnaam, Pobezhdai Liubya. De zandweg brengt ons naar een klein dorp aan het water (een uitloper van de Volga). Het dorpje ziet er verlaten uit, de overwegend in groen en fel blauw geschilderde huisjes met prachtig uit hout gesneden versierselen roepen een “Gogolliaanse” sfeer op. Gedurende de wintermaanden ligt dit dorpje volledig geïsoleerd en kan men alleen via de bevroren uitloper van de Volga of met groot materieel het kontakt met de buitenwereld onderhouden. Ook is mij verteld dat de mannen tijdens de barre Russische winters als tijdverdrijf hout bewerken, van eenvoudige pollepels tot prachtige versierselen waarmee men de houten huizen opsmukt, uiteraard gaat dit folkloristisch bezig zijn gepaard met het drinken van de nodige vodka en ook sterke verhalen zien tijdens deze avonden het licht. Ik bekijk dit alles met de ogen van een toerist maar realiseer me terdege dat het leven van de mensen hier niet bepaald eenvoudig is, er ligt een brede kloof tussen mijn belevingswereld en hun dagelijkse realiteit. Andrey’s huis ligt aan het water en zo te zien zit hij midden in een rigoureuze verbouwing, de tuin is tijdelijk omgedoopt tot bouwplaats, overal staan grote machines te zwoegen en lopen bouwvakkers af en aan. Zodra de voordeur openzwaait, schiet er met de snelheid van het licht een pup naar buiten, een duveltje uit een doosje, ‘t duveltje kijkt tijdens zijn spurt nog vlug even over zijn schouder, schat de situatie in en constateert dat er geen direkt gevaar dreigt voor “onmiddellijke verbanning naar de huiskamer”, hij keert terug op zijn schreden en komt ons enthousiast begroeten. De oude Henka neemt haar tijd. Henka is een dochter van Karmen-Umka. Karmen-Umka is de moeder van de bekende reu Khmel, dit ter info. Henka is een witte Zuidrus met grijze oren en platen. De heer des huizes is Rem, een zoon van Goliaf, Rem is op zijn grijze oren na vrijwel geheel wit. Beide volwassen honden staan uitstekend onder appèl. Rem komt blaffend op ons afrennen, maar wordt met een kort commando teruggefloten. De oude Henka is niet meer te porren voor enige aktie, dit in tegenstelling tot Rem, die bruist van energie. Hij wil maar wat graag mee met de baas als deze in de richting van de steiger loopt. Rem is een “Zuidwaterrus”, hij vergezelt Andrey regelmatig op zijn tochten met de boot. De verbaasde blik van de Zuidrus in de boot, zodra hij merkt dat er vandaag geen tochtje inzit, is aandoenlijk. Zuidrussen houden van regelmaat en vaste patronen, het zijn echte regelneven. Rem probeert zijn baas te overtuigen dat dit “patroon” niet volgens het boekje wordt afgerond, stoïcijns richt hij zijn blik op het water en is niet voornemens de boot te verlaten. Helaas voor hem besluit zijn baas anders, even later zit hij weer in zijn kennel. Beide volwassen honden zijn goed gebouwd, met een schofthoogte zo tussen de 67 à 70 centimeter. De dikke vachten zijn van goede structuur maar worden kort gehouden, deze honden worden, zoals de meeste Zuidrussen die ik vandaag zal ontmoeten, gebruikt voor de bewaking, veel tijd voor vachtonderhoud is er niet, hier gaat het om karakter, schoonheid komt op de tweede plaats. De pup, een nakomeling van Pem en de zus van Volga, rent van de een naar de ander, ’t is net een vlo en heeft alleen maar kattenkwaad in de zin. Hij moet nog in zijn jasje groeien, wat mij betreft inpakken, strik erom en meenemen. Even later zitten we weer in de Lada en scheuren letterlijk naar onze volgende afspraak. De stofwolken die we de heenreis hebben doen opwaaien hebben amper kans gezien om te gaan liggen. De eigenaar is er nog niet, of is net vertrokken, beide is volgens Larissa mogelijk. Overal klinkt geblaf, onze komst gaat niet onopgemerkt voorbij. Zodra het “levende alarm” de stem van Larissa opmerkt hoor je hun waakzame blaf overgaan in een vrolijke, joelende blaf, ze kennen haar door en door, Larissa is de fokster van Bagira en Balu (2 grijze russen) en van Oblako de witte veteraan. Bagira en Oblako heb ik in Hongarije tijdens Euro Youzhak 2004 ontmoet. Terwijl de Russische meiden de omgeving aan het verkennen waren, zaten 2 van de 4 Zuidrussen buiten, vastgebonden aan de balustrade. 1 Daarvan, Bagira, zag kans om zich los te wrikken en liep zoekend over het terrein. Gelukkig werd deze ontsnappingpoging waargenomen door enkele mensen van de organisatie. Met gezwinde spoed rende men naar de poort (hoofdingang) om deze te sluiten, daarmee was het gevaar dat Bagira zelfstandig aan de wandel zou gaan geweken. Ze liet zich vrij eenvoudig aanlijnen en is de rest van de middag bij ons gebleven. De eigenaar, gealarmeerd door het geblaf van zijn honden, heeft zich inmiddels ook bij ons gezelschap gevoegd en nadat hij Oblako heeft opgesloten in een kennel, opent hij het hek dat toegang geeft tot het terrein. Hier liggen een aantal boten, de honden verdienen hun kost met het bewaken van deze kostbare objekten. Zou Bagira me nog herkennen? Jawel, Zuidrussen hebben een feilloos geheugen en ze heeft meteen in de smiezen dat we elkaar eerder hebben ontmoet, ze begroet me als een oude bekende, het “koekjesmens”. Balu, aangestoken door het gedrag van zijn zus, doet enthousiast mee. Je moet wel aardig stevig in je schoenen staan om op de been te blijven bij zo’n onstuimige Zuidrussen-begroeting, mede dankzij een jarenlange training in Nieuwlande, lopen ze mij niet zomaar ondersteboven. Bagira is een charmant teefje, een expressief hoofd en goed gebouwd. Haar broer is niet veel groter, uiteraard wel iets zwaarder van bouw. Als ze zo naast elkaar staan zie je duidelijk dat ze aan elkaar verwant zijn. Doorgaans prevaleer ik wit boven grijs, Bagira is daarop een aangename uitzondering. Haar vacht is kortgewiekt en uitgedund, ze ziet er daardoor misschien iets “eenvoudiger” uit, maar in haar “showvacht” is ze adembenemend mooi. Oblako is op eigen terrein onbenaderbaar en laat zich onwillig showen, hij heeft er vandaag geen zin in. Ik pas niet in zijn plaatje, ik ben de vlieg op het witte behang en die moet gemept worden, althans die indruk wekt hij. Tijdens het fotograferen houd ik respectvol afstand, ik ben maar al te bekend met het snelle reaktievermogen van een Zuidrus, met nog maar een schone broek in mijn koffer loop ik liever geen risico’s! We moeten verder en gaan op weg naar Goliaf (Karat x Efrosinya), Larissa’s meest favoriete reu. Goliaf is met zijn ± 72 cm in de schoft niet een van de meest imposante reuen, zijn kwaliteit ligt eerder in een uitstekende bouw, een krachtig, soepel gangwerk en een mooi, rastypisch hoofd. Goliaf is uitermate in zijn nopjes met de onverwachtse aandacht, zijn bazin laat zich niet zien en ik begrijp van Larissa dat Goliaf weliswaar een zeer gewaardeerd lid van de familie is maar nooit in het huis komt. Hij laat en passant ook nog even zien dat hij zijn taak serieus neemt en jaagt daarmee een nietsvermoedende voorbijganger de stuipen op het lijf. Met volle vaart rent hij op het hek af om vervolgens zijn hele lichaam de lucht in te gooien, dit gaat gepaard met een grommen dat diep uit zijn buik komt. Een temperamentvolle werker. Larissa’s Zuidrussen zitten qua schofthoogte gemiddeld zo tussen de 65-68 (teven) en 68-72 cm (reuen). Al haar honden zijn vrij sterk gehoekt, goed gebouwd en bewegen makkelijk. Ze hebben een uitstekende vachtstructuur, mooie rastypische hoofden, oogleden, lippen en neus zijn voorzien van prachtig zwart pigment. Zo heeft iedere fokker een eigen kijk op het ras en dat zie je weer terug in hun fok. Ondanks dat ze vrijwel allemaal worden ingezet voor bewaking hebben ze, met uitzondering van Oblako, een open en onbevangen karakter. In’t begin heel eventjes aftasten maar als het klikt dan zijn ze blindelings te vertrouwen. Let wel, dit gedrag vertonen ze alleen in bijzijn van de baas/fokker, op het moment dat ik me aan de andere zijde van het hek begeef ben ik weer de potentiele bedreiging. We rijden naar Larissa’s huis nemen afscheid van Andrey Zverev. Hij moet lachen als ik hem hartelijk bedank voor de “ralley van Dakar”, ik heb geen woord Russisch nodig om hem duidelijk te maken dat ik zijn rijstijl op zijn zachtst gezegd als uiterst spannend heb ervaren. Larissa heeft nog 3 puppen uit de combinatie Goliaf x Bilina lopen, eentje daarvan gaat binnenkort naar een nieuwe eigenaar, de andere twee zoeken nog een goed tehuis. De kleine donderstenen genieten van hun zojuist verworven vrijheid en rauzen door de tuin, althans wat daar nog van over is. Toch opmerkelijk dat deze rassen een uitgesproken idee hebben over hoe hun ideale tuin er uit zou moeten zien. Wat me altijd bijzonder aanspreekt is dat ze aktief meehelpen hun ideeën vorm te geven. Na een poosje de capriolen van het drietal te hebben gevolgd draai ik me om en sta oog in oog met Volga, geloof dat dit niet de bedoeling is, Larissa neemt haar mee naar het kenneltje en sluit haar (weer) op. Volga niet voor een gat te vangen ziet opnieuw kans zich te bevrijden. Volga is de Houdini onder de Zuidrussen, daar het onmiddellijk tussen Volga en mij klikt, ziet Larissa geen reden haar opnieuw op te sluiten. Wel laat ze me nog een staaltje van Volga’s behendigheid zien, met gemak neemt ze de hoogste hindernissen (later zal ik begrijpen dat dit onderdeel van de training is). We gaan naar binnen, Larissa deelt het huis met een goede vriendin, samen met haar zoontje heeft ze een woon- en slaapkamer tot haar beschikking. Haar zoontje heeft ze vandaag en morgen bij babushka (oma) ondergebracht. Ondanks het prachtige najaarsweer draait binnen de kachel op volle toeren, het is er bloedheet, de verkoeling komt binnen via een openstaand raam. Onder het genot van een mok groene thee bladeren we samen haar foto en stamboomboeken door. Hoewel ik niet helemaal onbekend ben met dit ras, kom ik niet veel verder dan ja en mmmmh. Ik heb me nooit niet zo bezig gehouden met bloedlijnen, jammer want daardoor heb ik moeite met het onthouden van de informatie die ze me bij elke foto geeft. Natuurlijk heeft dit ook deels te maken met de taalbarrière. Het frustreert Larissa enorm als ik haar een vragende blik toewerp, maar ze is creatief in het vinden van oplossingen, met wat omwegen en het Russisch/Engels kynologisch woordenboekje weet ze me redelijk duidelijk te maken wat ze bedoelt, althans dat hoop ik dan maar….. Na de thee klinkt buiten een claxon, Ludmilla komt ons ophalen. We stappen in haar geelgroene Japanner en cruisen opnieuw over Rusland’s wegen, deze keer op weg naar een Turkmen Kala teef. Ludmilla wil kijken hoever haar loopsheid is gevorderd, de teef moet een dezer dagen gedekt worden en de reu woont niet om de hoek. Na een halfuurtje rijden komen we aan op de plaats van bestemming. Het huis staat letterlijk in de middle of nowhere, kan me niet voorstellen dat iemand de moeite zal nemen om hier een inbraak te plegen, toch is het hele terrein omheind met een stevige muur. De CAO teef zal zo’n jaar of twee zijn, ’t is niet het type waar ik de voorkeur aan geef. De teef is vrij lang van lichaam, dit stoort het totaalbeeld en maakt dat de verhoudingen niet kloppen. Ludmilla zal haar redenen hebben om deze teef in te zetten voor haar fokprogramma. Ludmilla is een “doe het zelver”. Met een glasplaatje neemt ze wat bloed van de loopse teef af en stopt dit in een papieren zakdoekje. We nemen afscheid en reizen af naar de volgende hond, een jonge Zuidrus. Aangekomen bij het huisje annex boerderij blijkt dat de eigenaresse net met de hond is gaan wandelen. Haar man gebaart naar achteren, dus lopen we die kant maar op. Wat ik zie is een uitgestrekt veld met heel in de verte een berkenbosrand, maar mens en hond zijn in de verste verte niet te bekennen. Larissa en Ludmilla roepen, fluiten zonder zichtbaar resultaat. Ludmilla test opnieuw de Japanse claxon, ’t mag allemaal niet baten. Mijn Russische begeleiders laten zich niet snel ontmoedigen, Ludmilla gebaart naar de auto en enige minuten later scheurt het Japannertje, al claxonnerend, over het veld richting de bosrand. Hilarisch, dit houd je niet voor mogelijk en toch overkomt het me allemaal. Onvoorstelbaar wat die auto’s hier hebben te leiden. Heel in de verte, bij de bosrand zien we wat bewegen, het blijken de dames te zijn, vergezeld van 2 honden komen ze langzaam onze kant uit. Zodra ze Larissa’s stem herkennen, laten ze de Zuidrus van de lijn, deze trekt een sprint en komt in volle vaart op ons afrennen om net voor Larissa een scherpe bocht naar links te maken. Ik maak kennis met Pobezhdai Liubya Evropa (Goliaf x Osa). Evropa is een veelbelovende teef van 16 maand waarmee Larissa binnenkort mee wil gaan showen. Nog voor de zon helemaal achter de berkenbosrand verdwijnt, schiet ik mijn plaatjes. We rijden terug naar Konakova, Larissa moet haar honden verzorgen en wij gaan verder met onze “dogseeing” toer. ’t Is inmiddels al behoorlijk donker geworden en na over en weer mobiel kontakt te hebben gehad met degene waar Turkmen Kala O-Akdember zit, besluit Ludmilla dat we hier morgen naar toe gaan. De eigenaar van Ah-Sari is wel thuis maar het is te donker om nog mooie foto’s te maken, ik moet de flitser gebruiken, het resultaat is niet om over naar huis te schrijven. De klok zit ons op de hielen, inmiddels is er weer mobiel kontakt geweest tussen Ludmilla en Larissa, we rijden terug om haar op te pikken en besluiten nog een Zuidrus op te zoeken. We rijden naar een buurt iets buiten Konakova waar “nieuwe Russen” druk aan het bouwen zijn. Larissa en Ludmilla moeten niets van deze “nieuwe Russen” weten en er is niet veel voor nodig om mij dit duidelijk te maken. “Nieuwe Russen” blijken bij nader inzien vaak oude Russen te zijn: (kinderen van) voormalige apparatsjiks die omdat ze op sleutelposities zaten, zich de meest winstgevende delen van de te privatiseren staatseconomie hadden kunnen toe-eigenen. De criminaliteit viert hoogtij, corruptie is er op alle gebied en degenen die zich verrijkt hebben uit de staatskas, de ‘nieuwe Russen’, doen wat zij willen zonder zich veel van de wetten aan te trekken. De “nieuwe Russen” boeren goed, veelal ten koste van hun eigen landgenoten die ze genadeloos uitbuiten. De datsja's van de Nieuwe Russen zien er helemaal anders uit. Van architectuur heeft dit land absoluut geen idee. Maar de huizen van de rijken zijn prestige projecten. Als je in het Westen van Moskou buiten rijdt, kom je compound na compound tegen. Ommuurde nederzettingen vol met protserige huizen. Torens, zuilen en bogen zijn erg in de mode. Het eerste huis is groot, het tweede moet dan absoluut nog groter zijn en het derde lijkt op een paleis, want je kunt niet onderdoen voor de buren. Smakeloze constructies, die vreemd genoeg op nog geen vijf meter afstand van elkaar staan. Vlak voor we de “compound” binnen rijden, vergrendeld Ludmilla de deuren van’t Japannertje. Het landweggetje is niet verlicht en even later begrijp ik waarom Ludmilla deze voorzorgsmaatregel neemt. In het licht van de koplampen duiken vanuit het donker plotseling spookachtige gedaantes op. Overal staan mannen te drinken, soms in groepjes, dan weer alleen. Sommigen hebben hem al aardig zitten, ik zie een jochie zijn vader, althans dat neem ik aan, van de grond oprapen en vervolgens probeert hij hem mee te sjorren, de man is niet meer in staat om op zijn benen te staan, een meter verder zakt hij weer in elkaar. Het duister en de plotseling opdoemende schaduwen zorgen voor een beangstigende sfeer. Ik begrijp dat dit werklui zijn die hier in goedkope onderkomens zijn ondergebracht, het zijn er veel, dit omdat ze goedkoop zijn en omdat men ’s morgens nooit weet hoeveel zich voor de klus zullen melden. Regelmatig betaald men de tol van het overmatige alcoholgebruik en is de volgende dag niet in staat om te werken. Uiteindelijk stoppen we voor een huis in aanbouw, een oude man, ik denk de bewoner van het pand komt kennismaken en loopt met ons mee naar de achterkant van het huis, hier zitten 3 Zuidrussen in een kennel, deze honden worden uitsluitend voor de bewaking gebruikt en zijn onbenaderbaar. Als ik de vacht zo zie dan denk ik dat deze honden in de lente tot op de huid geschoren worden, voor zover ze dit toelaten. Het is te zien dat er kort geleden een borstel overheen is gehaald, maar wat de foto’s niet laten zien, zijn de enorme klitten die zich onder de toplaag bevinden. Een van de teven blijkt de zuster van Evropa te zijn, ze is slechts eenmaal uitgebracht op de clubshow en kreeg daar een uitmuntende beoordeling van rasspecialist Elena Tsukanova. Ik heb medelijden met het teefje, wat jammer dat ze onder zulke slechte omstandigheden moet leven. Of het teefje hier zelf moeite mee heeft is maar de vraag, ze ziet er goed gevoed uit en ze mag naar harte lust waken, ’t is maar de vraag of zij het net zo voelt als ik het zie. Op de weg terug naar huis raken we verdwaald en stranden in een klein berkenbos, maar goed dat ik de afgelopen tijd geen thrillers heb gezien, deze omgeving leent zich uitermate goed voor een “Hitchcock-achtig” einde. In de plaatselijke supermarkt moet nog een kip worden gekocht, Larissa gaat op pad om vervolgens met een bevroren kip terug te komen. Ludmilla neemt de kip kritisch onder handen, ze is niet tevreden over het resultaat, maar weet ook dat er op dit tijdstip weinig anders meer te krijgen is. Eenmaal thuis bij Ludmilla komt Alamat ons vriendelijk begroeten, hij loopt met ons mee de trap op om deze vervolgens weer af te dalen en zijn vaste plek in de tuin op te zoeken. Zo ’s avonds koelt het buiten snel af naar temperaturen rond 0, binnen is het behaaglijk warm en de geuren die uit de keuken komen maken hongerig. Ludmilla’s echtgenoot is eerder terug gekomen uit Moskou en ook enkele van Larissa’s vriendinnen hebben zich bij het gezelschap gevoegd. De echtgenoot blijkt een aantal jaren in India te hebben gewerkt, hij spreekt uitstekend Engels, dit geldt ook voor Larissa’s vriendinnen. Dat maakt het communiceren een stuk minder vermoeiend. Uiteraard moet er eerst getoost worden op onze gezondheid, ik begin zo langzamerhand een doorgewinterde “Vodka-consument” te worden en gezien het tempo waarmee de fles rondgaat, is dat geen overbodige luxe maar een must! Olga en Natasja zijn 2 van de 3 meiden die Larissa mee had genomen om haar Zuidrussen in Hongarije te handlen, met groot succes overigens. Olga2 kan helaas niet komen, zij werkt bij de spoorwegpolitie en moet deze avond werken. De meiden zijn geen steek veranderd, ze hebben nog steeds ontzettend veel plezier met elkaar. We halen herinneringen op tot in de late uurtjes, de maaltijd smaakt uitstekend en zelfs de bevroren kip doet daar niets aan af. Moe en voldaan duik ik mijn bed in om ’s nachts nog even weer wakker te worden als Oxanna binnenkomt om het pupje te voeren, dat gaat gewoon door. Vrijdag 15 oktober De volgende ochtend, na een uitgebreid ontbijt en het gebruikelijke sigaretje op de veranda, stappen we weer in’t Japannertje op weg naar O-Akdember. O-Akdember is een krachtige gebouwde Aziaat van het Turkmeense type. Een veteraan in uitstekende conditie die weigert om zich van zijn beste kant te laten fotograferen. Zoals ik in mijn vorige artikel schreef, is het succes van Turkmen Kala begonnen met deze reu. Hij is zeker imposant om te zien maar ik heb nog steeds Kasim op mijn netvlies, een geheel ander type die in luttele seconden mijn hart heeft gestolen en dit vermoedelijk nooit weer loslaat. Ludmilla ziet in de verte een hond lopen en gebaart de eigenaar van O-Akdember mee te komen. Misschien dat Akdember iets alerter reageert bij het zien van het vullnisbakkie. ’t Boeit hem niet maar daarentegen heeft zijn opponent wel zin in een robbertje straatvechten en maakt dit luidkeels bekend. Nadat de halve straat is komen uitlopen om te zien wat er aan de hand is, vertrekken wij met stille trom. We rijden nog even langs Larissa’s buurman, zijn geiten zorgen voor de aanvoer van verse geitenmelk voor de pup. Volgens Ludmilla de beste moedermelkvervanger die je maar kan bedenken. De oude man kijkt nieuwsgierig in de auto, Ludmilla wenkt en ik begrijp dat de oude man graag kennis wil maken met het buitenlandse wezen, we schudden handen en lachen vriendelijk tegen elkaar en daar houd de "conversatie" op. Met een fles vol warme geitenmelk op mijn schoot rijden we naar het lokale ziekenhuis. Hier aangekomen vist Ludmilla het zakdoekje met de glazen plaatjes uit het bakje en verdwijnt richting ingang. Ik kijk Larissa, die we tegelijkertijd met de geitenmelk hebben opgepikt, vragend aan. Ze lacht, en legt me uit dat Ludmilla niet zoveel vertrouwen heeft in de lokale dierenartsen, ze maakt liever gebruik van het laboratorium hier in het ziekenhuis, die kunnen prima en aanzienlijk sneller bepalen of het progesteron is gestegen, waar wat schuiven met roebels al niet goed voor kan zijn. Aan het einde van de ochtend stelt Ludmilla’s echtegenoot voor om een wandeling naar de Volga te maken, natuurlijk gaan er honden mee, Alamat aan de riem en Volga danst uitgelaten om ons heen. Ondanks dat beide rassen van oudsher kuddebewakers zijn, zie ik hier ook weer duidelijk hun verschillen. De Zuidrus heeft duidelijk meer “will to please” dan de Aziaat. Dat Volga vlekkeloos elk commando opvolgt heeft wellicht ook te maken met het feit dat Larissa instructeur is bij de plaatselijke kynologenclub. Ergens halverwege het park ligt het trainingsveld, hier laat Volga een staaltje van haar kunsten zien. Baas en hond zijn bloedfanatiek, een goed geolied team dat met veel enthousiasme en plezier hun rondje draait. Menig IPO-fan zou hierbij staan te likkebaarden. Na circa anderhalf uur wandelen zijn we bij de Volga aangekomen, het uitzicht is adembenemend mooi, de rivier wordt omzoomd door een bosrand die zich heeft getooid in de prachtigste herfsttinten, daarboven weer een strak blauwe lucht. Ludmilla heeft me al verteld dat het water uit de Volga medicinale krachten bevat. Uiteraard kom ik er niet onderuit, ik moet dit medicinale water proeven (ik hoop van harte dat de industrie dit deel van de Volga ongemoeid heeft gelaten v.w.b. het lozen van allerhande duistere produkten, en wel zo dat de veiligheidspoortjes op Sheremetjevo a.s. maandag niet op tilt slaan vanwege de grote hoeveelheid cadmium en andere zware metalen die ik bij me draag). Ik klauter in de kuil waar men een provisorische “bron” heeft aangelegd en gebruik mijn beide handen om wat van dit kostbare water op te vangen, het water is helder en steenkoud, moet zeggen dat de smaak opvallend veel lijkt op het water dat bij ons gewoon uit de kraan komt, maar ik ben dan ook geen fijnproever (helaas Leo, ik had geen flesjes bij me, anders had ik zeker wat van dit water voor je meegenomen). Voel me meteen weer fit, met nog zeker anderhalf uur voor de boeg is dat mooi meegenomen. We lopen nog een stuk langs de Volga en Volga de Zuidrus laat zien waaraan ze haar naam heeft te danken. Ze duikt in het water en raced vervolgens de helling op, daagt en passant Alamat nog even uit om vervolgens weer met een scherpe bocht naar beneden te rennen en het water in te duiken. Al met al zijn we zo’n 3½ uur onderweg geweest en heb ik heel weer heel wat opgestoken over het leven in Rusland. Bij het huis wacht ons nog een kleine verassing, een kennis van Larissa staat met zijn jonge Zuidrus op ons te wachten, Pobezhdai Liubya Delfina (Goliaf x Shaytan Agata-Yus). Met teefjes zoals Delfina and Evropa heeft Larissa haar favoriet Goliaf een stevig verankerd in haar fokkerij. Na de lunch zakken we onderuit op de bank en bekijken video’s van diverse CAO-shows en laat Ludmilla haar fotoboeken zien, vooral de laatste is interessant omdat deze uitsluitend foto’s van haar trip naar Turkmenistan bevat. Een reis die ze samen met Turkmen specialiste Farida Bolkunova heeft gemaakt en die ze wellicht precies zo heeft ervaren als ik mijn trip naar Rusland. Slava en Sima zijn inmiddels ook gearriveerd en we maken ons op voor de terugreis. Ik zal ze missen, deze 2 bijzonder hartelijke vrouwen, die zich 2 dagen om een voor hen volstrekt vreemde hebben bekommerd, die de moeite hebben genomen om me van hot naar her te rijden opdat ik maar zoveel mogelijk indrukken kon opdoen, die me kennis hebben laten maken met de Russische gastvrijheid. Waar een borrel in Szentendre (Hongarije) al niet toe kan leiden. Na een lange, vermoeiende reis komen we aan bij Hotel Soyuz (dit hotel is ooit onderdeel geweest van het Olympisch dorp en kortgeleden geheel gerenoveerd). Na nog even ruzie te hebben gemaakt met de frisdrankmachine in de lounge, die wel mijn geld opeet maar niet bereid is om mij daarvoor mineraalwater terug te geven. Er komt iemand van de bewaking toegesneld en als ik denk dat mijn probleem hiermee is opgelost heb ik het mis, de man probeert mij duidelijk te maken dat ik er geld in moet stoppen en verdwijnt vervolgens om niet weer terug te komen. Op de website van dit hotel had ik gezien dat men beschikt over een businesscenter, kan ik eindelijk weer een mailtje naar Nederland versturen. Helaas de computer kan geen kontakt maken met het netwerk, de hotelmedewerker heeft geen kaas gegeten van internet, hij kijkt links en rechts van de computer om daarna zijn schouders op te halen alsof hij wil zeggen “nou weet ik het ook niet meer”. Dat wordt schrijven, zo zit ik nog een tijd achter het buro om maar zoveel mogelijk herinneringen op papier te zetten. Daar er overal beveiliging rondloopt durf ik het er nog wel een keertje op te wagen, ik daal met de lift af naar de begane grond (dat duurt even als je van de 11e etage vertrekt). Het zit me vanavond niet mee, ook de fax vertikt het om mijn epistel naar Nederland te versturen. De behulpzame receptioniste voelt zich duidelijk opgelaten (ze heeft me net het geld voor het niet gebruiken van het business center teruggegeven), maar ze belooft me het vannacht te blijven proberen. De volgende ochtend krijg ik mijn fax terug met ontvangstbevestiging. Ik hoop maar dat ik vannacht niet teveel overlast heb bezorgd in Nieuwlande. Ze hebben weer een teken van leven ontvangen. Met uitzondering van het frisdrankapparaat dat geld aftroggelt van de nietsvermoedende bezoeker en een businesscenter waarvan men de betekenis ruim moet nemen, is het hotel comfortabel. De beveiliging werkt wel. Een telefoontje naar de "security desk" en je kamer wordt extra in de gaten gehouden tijdens je afwezigheid. Zaterdag 16 oktober Vandaag gaan we op bezoek bij zuster Taisha, zij staat aan het hoofd van de "Orthodox Convent" kennel. Hiervoor moeten we naar Kolomna, deze stad ligt circa 100 kilometer van Moskou. Daarna gaan we door naar Kabluschki om vrienden van Slava en Sima te bezoeken. Het plan is dat we daar de nacht doorbrengen en de volgende dag terug te reizen naar Moskou en daar nog het Rode Plein te bezoeken, een stukje cultuur hoort erbij. In 1997 kreeg ik via het internet kontakt met een Amerikaanse, zij was op zoek naar Europese fokkers van Centraal Aziaten. Op het internet was destijds niet veel te vinden dus probeerde ik via andere wegen adressen op te sporen. Inmiddels melde zich ook een Nederlands echtpaar voor een ongecoupeerde Aziaat. Diane vertelde me dat ze een documentaire had gezien over Russische kloosters waarin ook werkende Aziaten voorkwamen. Via de omroep kwam ik achter het adres en men wist mij te vertellen dat er een Nederlandse non in het klooster woonde, wat een toeval. Ik ben gaan schrijven en kreeg antwoord van zuster Elisabeth, zij had zuster Taisha's antwoorden naar het Nederlands vertaald. Zo zijn er nog een aantal brieven heen en weer gegaan tot het moment dat ik gebeld werd met de mededeling dat er een nest lag. We moesten wel snel beslissen want op de 3e dag zou men de oren en staart couperen. De Amerikanen hadden inmiddels al een hond uit Slowakije laten overkomen, dus besloten de Nederlanders het pupje te importeren. Dat pupje was Lavash (nu Ursus), die ondanks dat men zich terdege in het ras had verdiept na 2 weken alweer bij ons rondliep om te worden herplaatst. Het kontakt met de "Orthodox Convent" is gebleven er kwamen uitnodigingen maar tot vandaag heb ik daar nooit gehoor aangegeven. Kolomna is een kleine bedrijvige stad, er wonen circa 20.000 mensen. Naast het bouwen van locomotieven en wagons zijn er een aantal historisch zeer waardevolle kerken en kloosters, waaronder 2 uit de 14e eeuw, dit voor de cultuursnuivers, wij komen hier voor Aziaten. De Orthodox Convent wordt gerund door nonnen. De nonnen bieden onderdak aan een 50-tal weeskinderen, uitsluitend jongens. Deze jongens groeien op in het klooster, volgen een opleiding, helpen mee op de boerderij en helpen een handje bij het onderhoud van de kloostertuinen. Het klooster bezit een boerderij, deze ligt zo’n 20 kilometer van Kolomna. De verzorging van de weeskinderen wordt grotendeels betaald uit inkomsten die men uit de verkoop van landbouwprodukten zoals groente, melk en vlees haalt, de resterende kosten wordt gedekt door gulle gevers. Een deel van de Aziaten werkt op deze boerderij, een aantal jaren terug had men hier ook nog Kaukazen maar die bleken minder geschikt voor deze job. We ontmoeten zuster Taisha op een pleintje vlak bij het klooster. Ze geeft hier ringtraining aan toekomstige exposanten, ik begrijp dat ringtraining in Rusland vrij uniek is. De begroeting is hartelijk en emotioneel. Zuster Taisha is sinds vorig jaar moeder Taisha, maar haar kennelaktiviteiten geeft ze niet uit handen, zij zet de lijnen uit en geeft instructies aan de nonnen die de honden verzorgen. Na de training lopen we naar het klooster, eenmaal binnen in de kloostertuin valt mijn mond open van verbazing. De zusters hebben met zeer veel liefde en oog voor detail de oude ruïne opgeknapt. Heel erg indrukwekkend. Uiteraard komen we hier voor de Centraal Aziaten maar voor we daarmee kennis maken moeten we nog voorbij een dier dat je doorgaans niet in een kloostertuin verwacht, het is een kameel. Zijn naam is Sinaika. Hij is geboren in Baikonur (Kazakhstan), van hier werden de Russische raketten de ruimte in geschoten. De kameel is een geschenk van de eerste vrouwelijke astronaute, Valentina Tereshkova. Zij had een heel speciale band met het Orthodox Convent, die band is gebleven, voor de Rusissche astronauten is het Orthodox Convent een bron van warmte, licht en gemoedelijkheid, dit in tegenstelling tot de ruimte, die is koud en donker. Er zijn op dit moment maar 3 honden aanwezig, 1 reu en 2 drachtige teven. Mooie honden van een goed type, maar mij persoonlijk iets te zwaar gebouwd. De reu woont in een ruime kennel direkt naast de kameel, zij zijn vrienden voor het leven. Moeder Taisha verwacht dat de teven de komende dagen zullen gaan bevallen, dit is de reden dat beide teven wat minder bewegingsvrijheid hebben dan de reu, zij wonen in kennels vlakbij het kantoor van moeder Taisha. Ze vertelt dat de basis van hun fokkerij grotendeels bestaat uit Russkaya Legenda honden. Russkaya Legenda is ooit opgezet door Elena Mychko. Over het hoe en waarom deze kennel uiteindelijk in andere handen is overgegaan, gaan nogal wat geruchten, een ding is zeker, het is niet vrijwillige gegaan. Het kantoor van moeder Taisha is een oude bouwkeet, zo staan er nog een aantal bouwketen rond de kloostertuin. Binnen hoef je niet te vragen wat haar interesses zijn, de Aziaten en het geloof zijn beide ruimschoots vertegenwoordigd, de bidprentjes hangen naast de foto’s van show-successen, religieuze beeldjes staan naast belangrijke trofeeën. Moeder Taisha verwent ons met een zeer aangename kruidenthee en koekjes, uiteraard worden er presentjes uitgewisseld, zo heb ik nu een prachtige videotape met daarop het klooster, de boerderij en de Aziaten die daar aan het werk zijn. Tijdens het gesprek krijg ik de indruk dat het Orthodox Convent ook de Aziaten enigszins aan het afbouwen zijn en zich gaan richten op de Mongoolse kuddebewakers. Samen met een groep liefhebbers, onder de bezielende leiding van Tatjana Ivanova (CAO specialist en researcher, zij heeft in de loop der jaren heel wat waardevolle artikelen over de CAO geschreven) probeert moeder Taisha dit zeldzame ras voor uitsterven te behoeden. We moeten gaan, tijdens onze weg terug zien we nog wat jonge Aziaten in een kennel zitten. Deze blijken eigendom te zijn van Russkaya Legenda. Deze honden zitten hier tot het vertrouwd genoeg is om terug te keren naar hun fokker. Op dit moment werkt de fokker druk aan de beveiliging van haar kennels. Russkaya Legenda is een van de kennels die dit ras in Rusland op de kaart heeft gezet, een onverlaat (maffia, concurrent of jaloerse dorpeling) heeft kans gezien om vrijwel alle honden die daar op dat moment in de kennel verbleven, te vergiftigen en heeft daarmee in een klap een gehele kennel uitgeroeid. Uiteraard krijgen we ook de 2 Mongoolse herdershonden te zien, hier gaan ze binnenkort mee fokken. Ondanks dat het ras niet officieel erkend is mogen deze honden worden uitgebracht op show’s, de RKF heeft hiervoor een speciale constructie bedacht. Natuurlijk branden we nog een kaarsje in het overvolle kerkje, de diensten hier worden goed bezocht. We blijven nog eventjes luisteren naar het gezang van de nonnen, de rillingen lopen mij over de rug. Ik hoop in de nabije toekomst het klooster nogmaals te bezoeken en er dan te blijven slapen. Het klooster organiseert een jaarlijkse show voor Kaukazen en Aziaten, dit lijkt me zeker een bezoek waard. Hiermee komt er een einde aan mijn belevenissen in Rusland. Voor velen van u wellicht een opluchting. Zal maar niet vertellen dat ik voornemens ben om in September de “Aziat” te gaan bezoeken, hieraan koppel ik uiteraard weer enkele kennelbezoeken vast. Ook wil ik nog een keer Kasim, mijn stille liefde, bewonderen en me alvast een beetje oriënteren op hun toekomstige fokplannen. Dat mijn volgende CAO een Tadzjiek gaat worden staat vast. Dit besluit wordt nog een keer bekrachtigd door de zoon van Kasim die op dit moment bij ons in de tuin loopt, helaas niet voor altijd, hij vertrekt half november richting Australië. Hij is een kind van zijn vader, tijdens de Jonge Hondendag heeft Ishkashan in ieder geval kans gezien om een aantal liefhebbers net zo te beroeren zoals mij dat overkwam bij Kasim. Hieke Dijkstra Note: In Rusland is het couperen van oren en staart toegestaan, dit in tegenstelling tot Nederland, hier mag niet meer gecoupeerd worden. © 2004/2005 Hieke Dijkstra. |
|
terug naar "artikelen Centraal Aziatische Ovcharka"