Raduno Campotosto 2005
Iedere zomer wordt er in Abruzzo een Raduno gehouden. Een Raduno laat zich vertalen met een clubmatch. Dit jaar voor de tweede achtereenvolgende keer in Campotosto. Campotosto is een klein dorpje aan de voet van de Gran Sasso, de hoogste berg van de Apennijnen. Dit jaar staat de Raduno gepland op 3 juli. Ik ben erg benieuwd om eens een kijkje te gaan nemen en besluit om een weekje vakantie eraan vast te knopen. Via internet is alles zo geregeld; vliegtickets, huurauto, overnachting. Campotosto staat zelfs op de ‘kaart’ aangegeven, dus een uitdraai met plattegrond is snel gemaakt; het inschrijfformulier voor de clubmatch vermeld als locatie namelijk niet meer dat Campotosto, dus ik hoop ter plaatse bewegwijzeringbordjes te vinden.Op vrijdagmiddag rond 17.00 uur komen aan in Rome. En dan is het ook helemaal niet druk op de Grote Rondweg rond Rome! Na nog geen 100 meter gereden te hebben, moeten we invoegen op de snelweg (en op- en afritten zijn in Italië ietsje korter, dan wij dat in Nederland gewend zijn; ik heb meegemaakt dat we een haakse bocht moesten maken om de afrit te nemen). Ik doe vriendelijk mijn richtingaanwijzer uit, denk aan ‘ritsen’ en probeer tussen mijn voorganger en voor een vrachtwagen – ruimte zat – in te voegen. Een flink getoeter en een vrachtwagen naast me, doet me vermoeden dat hij niet wil dat ik voor hem invoeg. Dus ik geef gas en voeg een stukje verder voor mijn voorganger in.De files vallen verder redelijk mee, zeker als je van de rondweg af bent. Op naar L’Aquila. Dat gaat ook nog allemaal vlot en de weg naar de eerste agriturismo is ook snel gevonden. De uitdraai met de routebeschrijving blijkt wat summierder dan verwacht en het plaatsje staat niet op de kaart. Na wat omwegen weten we het toch te vinden en zijn net op tijd voor het avondeten.Zondag is de Raduno. Het begint om 10.00 uur en aangezien ik niets wil missen, wil ik op tijd aanwezig zijn. Het is al met al toch nog wel een uurtje rijden, zeker via de kleine binnenweggetjes. Campotosto ligt aan een kunstmatig meer op zo’n 1400 meter hoogte. Bordjes wijzen ons naar het dorpje, maar onderweg geen teken van waar we moeten zijn. Misschien is het nà het dorp. We letten goed op of we geen wei met honden en auto’s zien, maar niets. Omkeren en vragen dan maar. In het dorpje loopt iemand met 2 Maremma’s, niet uitziende als loslopende werkhonden. In mijn beste Italiaans vraag ik of hij voor de Raduno komt en hij verwijst ons links en dorp in.Niet helemaal zeker nemen we een straatje dat uiteindelijk steil, steil hoger, hoger, hoger en hoger gaat. Voetgangers, geparkeerde auto’s en kuilen ontwijkend hoop ik dat ik niet voor iets hoef te remmen, want dit wordt anders een enorme hellingproef! Bijna boven aangekomen moeten we nog een onverhard pad vol kuilen inslaan om dan uiteindelijk op een soort bergwei uit te komen.Een aantal Italianen is ons voor geweest, dus de wei staat vol geparkeerde auto’s. Alles staat kriskras door elkaar. Hoezo, netjes parkeren? Ik manoeuvreer ons autootje zodanig dat anderen er nog langs kunnen en dat we niet hopeloos in de weg staan. Het is zo wat het laatste overgebleven plaatsje.Het is een drukte van belang, mede omdat het terrein niet al te groot is. Er zijn 2 ringen uitgezet en overal staan auto’s en lopen mensen met honden. De administratie is nog in volle gang. Ik weet een catalogus te bemachtigen; 50 inschrijvingen, niet gigantisch veel, zeker niet voor 2 keurmeesters en zeker niet omdat er ook nog al wat afwezig blijken. Ik denk dat er uiteindelijk zo’n 35 honden aanwezig waren.Ik loop wat rond, ontmoet enkele oude bekenden en rond 11.00 uur beginnen dan toch de keuringen; geheel niet volgens catalogusindeling. In plaats van met nummer 1 wordt begonnen met de baby’s en de puppen; reuen in de ene ring, teven tegelijkertijd in de andere ring. Ook goed. De keurmeester staat met schrijver in de ring en beoordeelt de honden. Het gebit wordt beoordeeld, maar verder worden de honden weinig betast. Je kunt duidelijk zien, dat niet alle deelnemers ervaren showgangers zijn. Sommige honden gaan er eens uitgebreid voor liggen.Na de jongehonden en de kampioensklas worden de ringen samengevoegd voor de grootste klas de openklas. Die wordt bij de reuen gewonnen door Bastiano, de BIS van vorig jaar. Na de koppel- en de groepsklas volgen uiteindelijk de beste reu, Cafiero di Lucus Angitiae (pappa van Quintano) en de beste teef, Faleria dei Giunoni, die tot teleurstelling van de eigenaar het moet afleggen tegen de reu voor best in show.
Het is half twee ondertussen en zo langzamerhand verwaaid door de flinke wind die er boven op de bergwei staat, denken we weer aan teruggaan, als inmiddels een traktor is gearriveerd. Er worden plastic bordjes en bestek tevoorschijn gehaald, er verschijnen grote hompen kaas en brood op een geïmproviseerde tafel, annex aanhangwagen. 5-literflessen wijn en in de trekker staat een werkelijk enorme pan met, tja met wat? Iedereen stelt zich op, zowaar in rijen, en krijgt flink opgeschept. Er is ruim voldoende, in een pan die niet leeg lijkt te komen. Het is een soort schapenstoofpot, waarbij het lijkt of iemand eerst over het schaap heen is gereden, alvorens er een stoofpot van te maken, zoveel kleine botjes zitten er in. Het smaakt overigens heerlijk. Wat brood erbij, stukje kaas (pecorino uiteraard) erbij, glaasje wijn en dan uit de wind en smullen maar. Wat is Italië toch een heerlijk land.
Eline Jagtenberg
 
|