Meten is weten, of hoe zou de ideale Maremma eruit moeten zien
door Eline Jagtenberg (maart 2001)
De rasstandaard (1) en belangrijke verhoudingen
In een rasstandaard staat omschreven hoe een bepaald hondenras eruit moet zien. Wie de rasstandaard van de Maremma bekijkt, vindt daarin zeer gedetailleerd aangegeven hoe de verschillende maten en verhoudingen ten opzichte van elkaar zijn. De rasstandaard van de Maremma gaat hierin het verst in vergelijking met de standaarden van andere rassen.(2) De eerste en belangrijkste maateenheid, die ieder al wel kent, is de schofthoogte. Een Maremma is (teef) 60-68 cm hoog en (reu) 65 -73 cm. De schofthoogte wordt gemeten op een rechte ondergrond aan de zijkant van de hond ter hoogte van het voorbeen, vanaf de grond tot het hoogste punt van het schouderblad. De schofthoogte is de belangrijkste basis, aan de hand waarvan andere belangrijke maten worden afgeleid. Zo staan in de rasstandaard heel veel verhoudingen genoemd.
| de lengte van het hoofd | 4/10 van de schofthoogte |
| de lengte van de romp | de schofthoogte + 1/18 van de schofthoogte |
| de borstdiepte | iets minder dan 50 % van de schofthoogte (b.v. voor een hond met een schofthoogte van 68 cm is de diepte ongeveer 32 cm = 47.2% van de schofthoogte) |
| de lengte van de snuit | 9/10 van de lengte van de schedel |
Overige verhoudingen die genoemd worden:
| de hoogte van de snuit | 50% van de snuitlengte |
| de lengte van de hals | maximaal 8/10 van de lengte van het hoofd |
| de lengte van de rug | ongeveer 32% van de schofthoogte |
| de lengte van de lendenen | 1/5 van de schofthoogte |
| de breedte van de lendenen | ongeveer gelijk aan de lengte van de lendenen |
| de borstomvang | schofthoogte + ¼ schofthoogte |
| de maximale borstbreedte | minstens 32% van de schofthoogte |
| de lengte van de schouder | ¼ van de schofthoogte |
| de opperarm | ongeveer 30% van de schofthoogte |
| de lengte van de voorarm | 2/3 van de schofthoogte |
| de lengte van het voorbeen tot elleboog | 52,8% van de schofthoogte |
| de lengte van het middenhandsbeen | minstens 1/16 van het voorbeen (gemeten vanaf de grond tot de elleboog) |
| de breedte van het dijbeen | ¾ van de lengte van het dijbeen |
| de lengte van de onderdij | 32% van de schofthoogte |
| de lengte van het middenvoetsbeen | 30,9% van de schofthoogte |
U ziet dat de schofthoogte in zeer veel gevallen als uitgangspunt genomen wordt voor het bepalen van de ideale maten voor de andere ledematen. Er staat zelfs tot op tienden van procenten genoemd, wat de lengte van bepaalde ledematen zou moeten zijn!
Met de schofthoogte in de hand valt dus makkelijk te berekenen hoe de overige maten zouden moeten zijn. Dit staat in tabel 2 weergegeven.

Indices(3)
Een Maremma moet mesomorf zijn. Letterlijk betekent mesomorf een goed in het midden ontwikkelde vorm(4).
Voor de bouw van een hond kunnen een aantal indexcijfers bepaald worden. De lengte van het lichaam in vergelijking met de omvang van de borst is zo’n index:
Lichaamsindex: lengte van de romp x 100 / borstomvang. Conform de rasstandaard is de uitkomst voor een Maremma 84, 4. Als dit getal tussen 60 - 70 ligt spreekt men van brachomorf (dat wil zeggen een korte, gedrongen lichaamsbouw), tussen 71 - 84 = mesomorf, tussen 85 - 100 = dolicomorf (langgerekte lichaamsbouw).
Een ander indexcijfer berekent de borstindex: borstbreedte x 100 / borstdiepte. Een Maremma scoort volgens de standaard 67,8. Een uitkomst in de buurt van de 100 betekent dat de hond een extreem brachomorfe bouw heeft. Tussen de 60 en de 90 is mesomorf en 50 is extreem dolicomorf.
Tabel 1: indices
|
lichaamsindex |
borstindex |
brachomorf (gedrongen) |
60-70 |
100 |
mesomorf (midden) |
71-84 |
60-90 |
dolicomorf (langgerekt) |
85-100 |
50 |
Maremma |
84,4 |
67,8 |
Dit betekent dus, dat als we de indexcijfers voor een Maremma bekijken, deze getallen aantonen, dat een Maremma wat betreft lichaamsindex op de grens zit tussen mesomorf en dolicomorf en qua borstindex een type mesomorf in de buurt van dolicomorf is.
Bij de algemene beschrijving in de rasstandaard staat ook aangegeven, dat een Maremma een “mesomorf pesante” (=zwaar) is. Dit zou betekenen dat een Maremma qua lichaamsindex eerder de ondergrens zou mogen benaderen (71) en qua borstindex richting de 90 zou mogen scoren. Eveneens volgens de standaard moet de borst ruim en goed convex (=bol) zijn en moet de borstomvang goed ontwikkeld zijn. Het in de standaard omschreven algemene beeld dat een Maremma moet geven en de uitwerking van met name de borst zijn dus met elkaar in tegenspraak. Immers om het beeld van een zware mesomorf gebouwde hond te bereiken zou de dwarsdoorsnede van de borst meer dan 32% van de schofthoogte moeten bedragen en de borstomvang zou meer dan 125% van de schofthoogte moeten zijn; de verhoudingen zoals ze nu genoemd worden in de standaard beschrijven abusievelijk een mesomorf gebouwde hond die neigt naar het langgerekte (zoals bijvoorbeeld een Duits herder). Dit komt, omdat in de huidige standaard niet duidelijk genoeg staat aangegeven hoe de borst gevormd moet zijn en dit vormt een ernstige tekortkoming, aangezien de borst een belangrijk onderdeel vormt om tot inzicht in de bouw van de hond. In ieder geval is het zo, dat de borst van voren gezien goed breed moet zijn, zodanig dat de voorpoten goed uit elkaar staan, zoals bij een stevige, goed gebouwde hond verwacht mag worden. Van opzij gezien moet de borst voldoende convex lijken.
Tabel 2: verhoudingen in de rasstandaard
|
|
t |
|
e |
|
v |
|
e |
|
n |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
r |
|
e |
|
u |
|
e |
|
n |
|
schofthoogte |
60 |
61 |
62 |
63 |
64 |
65 |
66 |
67 |
68 |
69 |
70 |
71 |
72 |
73 |
1 |
lengte vh hoofd |
24,0 |
24,4 |
24,8 |
25,2 |
25,6 |
26,0 |
26,4 |
26,8 |
27,2 |
27,6 |
28,0 |
28,4 |
28,8 |
29,2 |
2 |
lengte vd romp |
63,3 |
64,4 |
65,4 |
66,5 |
67,6 |
68,6 |
69,7 |
70,7 |
71,8 |
72,8 |
73,9 |
74,9 |
76,0 |
77,1 |
3 |
borstdiepte |
28,3 |
28,8 |
29,3 |
29,7 |
30,2 |
30,7 |
31,2 |
31,6 |
32,1 |
32,6 |
33,0 |
33,5 |
34,0 |
34,5 |
6 |
lengte vd hals |
19,2 |
19,5 |
19,8 |
20,2 |
20,5 |
20,8 |
21,1 |
21,4 |
21,8 |
22,1 |
22,4 |
22,7 |
23,0 |
23,4 |
7 |
lengte vd rug |
19,2 |
19,5 |
19,8 |
20,2 |
20,5 |
20,8 |
21,1 |
21,4 |
21,8 |
22,1 |
22,4 |
22,7 |
23,0 |
23,4 |
8 |
lengte lendenen |
12,0 |
12,2 |
12,4 |
12,6 |
12,8 |
13,0 |
13,2 |
13,4 |
13,6 |
13,8 |
14,0 |
14,2 |
14,4 |
14,6 |
10 |
borstomvang |
75,0 |
76,3 |
77,5 |
78,8 |
80,0 |
81,3 |
82,5 |
83,8 |
85,0 |
86,3 |
87,5 |
88,8 |
90,0 |
91,3 |
11 |
borstbreedte |
19,2 |
19,5 |
19,8 |
20,2 |
20,5 |
20,8 |
21,1 |
21,4 |
21,8 |
22,1 |
22,4 |
22,7 |
23,0 |
23,4 |
12 |
lengte schouder |
15,0 |
15,3 |
15,5 |
15,8 |
16,0 |
16,3 |
16,5 |
16,8 |
17,0 |
17,3 |
17,5 |
17,8 |
18,0 |
18,3 |
13 |
opperarm |
18,0 |
18,3 |
18,6 |
18,9 |
19,2 |
19,5 |
19,8 |
20,1 |
20,4 |
20,7 |
21,0 |
21,3 |
21,6 |
21,9 |
14 |
voorarm |
40,0 |
40,7 |
41,3 |
42,0 |
42,7 |
43,3 |
44,0 |
44,7 |
45,3 |
46,0 |
46,7 |
47,3 |
48,0 |
48,7 |
15 |
lengte voorbeen -elleboog |
31,7 |
32,2 |
32,7 |
33,3 |
33,8 |
34,3 |
34,8 |
35,4 |
35,9 |
36,4 |
37,0 |
37,5 |
38,0 |
38,5 |
18 |
onderdij |
19,2 |
19,5 |
19,8 |
20,2 |
20,5 |
20,8 |
21,1 |
21,4 |
21,8 |
22,1 |
22,4 |
22,7 |
23,0 |
23,4 |
19 |
middenvoetsbeen |
18,5 |
18,8 |
19,2 |
19,4 |
19,8 |
20,1 |
20,4 |
20,7 |
21,0 |
21,3 |
21,6 |
21,9 |
22,2 |
22,6 |
Figuur 1: skelet van een hond
| 1 = schedel | 12 = heiligbeen |
| 2 = schouderblad (scapula) | 13 = staartwerverls |
| 3 = opperarmbeen (humerus) | 14 = ribben |
| 4 = spaakbeen (radius) | 15 = dijbeen |
| 5 = ellepijp (ulna) | 16 = knieschijf |
| 6 = handwortelbeentjes (carpus) | 17 = scheenbeen |
| 6a = middenhandsbeentjes (metacarpus) | 18 = kuitbeen |
| 7 = teenkootjes | 19 = voetwortelbeentjes (tarsus) |
| 8 = halswervels | 20 = middenvoetsbeentjes |
| 9 = borstwervels | 21 = teenkootjes |
| 10 = lendenwervels | 22 = hielbeen |
| 11 = bekken |
De originele, Italiaanse rasstandaard (FCI nr. 201) is te lezen op: http://www.cpma.it/standardi.htm.
Nederlandse vertaling: http://www.maremma.nl.
Schoke Thomas, Herdenschutzhunde, Parey Buchverlag Berlin, 1999, blz. 154-155
Zie: Canis Pastoralis, Notiziario del Circolo Maremmano-Abruzzese, nr. 3/2000, blz.13-16: “Note sulla morfologia, sulla tipicità e sul carattere del P.M.A.”
Volgens van Dale, Groot woordenboek der Nederlandse taal betekent ‘mesomorf’: “[gevormd uit het Griekse ‘mesos’ (zich in het midden bevindend) + ‘morphè’ (vorm)] 1. gekenmerkt door mesomorfie (= lichaams- of constitutietype uit de typologie van Sheldon, dat wordt gekenmerkt door een goed, uit het mesoderm (= letterlijk: middenhuid , derde kiemblad van een embryo) ontwikkeld skelet en spieren.”
terug naar "artikelen Maremma"