
Note redactie: “Het is verre van de bedoeling van de redactie of de VHB om campagne tegen witte en fakó-Puli’s te voeren, vachtkleuren die resp. ongeveer 80 en 40 jaar geleden hun intrede hebben gedaan bij de stamboek-matig geregistreerde Puli’s. Lesie Benis, een naar de VS geëmigreerde Hongaar, auteur van het bekende This is the Puli (uitg. TFH, Neptune City 1976) fokker, keurmeester en kynoloog nog van de oude Hongaarse stempel van voor de communistische tijd, beschrijft de geschiedenis van de fokkerij van de kleuren bij de Puli. Er zullen mensen zijn die er iets anders tegen aan kijken, maar toch is zo’n historisch overzicht van iemand die zich zowat driekwart eeuw met het ras bezighoudt, ook dank zij soms wat pikante details uit de geschiedenis, waard om eens gelezen te worden.” De kleuren van de Puli Van verschillende kanten in de kynologie ben ik benaderd om nader in te gaan op de in Europa gevoerde discussies over de kleuren van de Puli. Het is aannemelijk dat veel jongere Puli-eigenaren mij niet kennen of zich mij niet herinneren. Alvorens met forse kritiek te komen op sommige Puli-mensen in het buitenland, wil ik mijzelf even voorstellen. Mijn naam is Leslie Benis. Ik ben geboren in Hongarije en woon in de VS. Ik ben geen wetenschapsman noch een expert in erfelijkheidsleer. Een aanspraak waar ik wel voor op kom, is dat ik al lang genoeg leef om dozen vol met theorieën en keukenmeidenverhaaltjes over de geschiedenis van de Puli en de vachtkleur gezien en gehoord te hebben. Ik ben tussen Puli’s opgegroeid, mijn ouders hielden ze al nog voor dat ik geboren werd. Ik heb ettelijke dozijnen nesten Puli’s gefokt, grootgebracht, getraind en geshowd, begon ca 45 jaar geleden met keuren, en had de eer dat al zelfs twee maal op de Westminster te mogen doen. Ik heb altijd opgekeken tegen fokkers, die er in slaagden de kwaliteit, maat en de werkeigenschappen die voor de herders vereist waren, te handhaven. De herders hebben de Puli voor hun specifieke behoeftes ontwikkeld in de loop der eeuwen. Ik verschil zeer ernstig van mening met mensen, die vinden dat ze er maar van mogen maken wat ze willen, omdat Puli’s vrijwel niet meer voor hun oorspronkelijke werk worden gehouden. Ik heb een reusachtige hekel aan de invloed van modetrends bij om het even welk ras, maar vooral als dat de Puli aangaat. Normaal gesproken is de ouderdom van een ras iets dat als waardevol wordt beschouwd. Ik prijs me gelukkig de gelegenheid te hebben gehad om samen met enkele anderen, door de jaren heen, een aantal Puli’s van Hongarije te kunnen redden (importeren) die later beroemd zijn geworden. Mijns inziens was vers bloed toen [ca 45-50 jaar terug] meer dan nodig in de VS. Dit waren Puli’s zoals World Show Winner, 3 x Specialty Winner Int. Ch. Cinkotai Csibesz, 2 x Specialty Winner Int. Ch. Gyalpusztai Kocos Burkus en 2 x Specialty Winner Ch. Belzebub Gezenguz, zowat een dozijn Sasvolgyi Hunnia kampioenen en nog 25 of meer anderen. Al deze geïmporteerde Puli’s waren roestig zwart, zwart of grijs. Géén van hen mistte ook maar een enkele tand of kies! (In tegenwoordige tijd zijn ontbrekende gebitselementen wat al te gewoon aan het worden). Deze Puli’s zorgden in de VS voor een sterke basis. Dit gebeurde allemaal voordat in Europa de veelkleurengekte begon. De vroegste onder de moderne bronnen (C. von Heppe 1751, Buffon 1773) en vele anderen geven voor de Puli altijd als kleur door de zon uitgeslagen roestig zwart, of zwart of grijs. Misschien is het wel zo dat geen van deze kleuren zo waren zoals we ze vandaag kennen, mogelijk verbleekt, uitgeslagen door de zon. De herders hebben zeker geen middeltjes toegepast om hun Puli’s donkerder en mooier te maken. Reeds voor de 1 ste W.O. werden serieuze pogingen ondernomen om de oude Hongaarse vee- en schapenhondenrassen te behouden en te populariseren. Verslagen van vroegere hondententoonstellingen meldden geen enkele andere kleur dan roestig zwart, zwart en grijs! Uiteenlopende landbouwkundige, natuurhistorische en jachtpublicaties, waarvan sommigen op academisch niveau, hebben de Puli in de afgelopen tweehonderd jaar beschreven, geanalyseerd en ontleed. Er bestaat geen echt wetenschappelijk, of historisch bewijs dat aantoont, dat er oorspronkelijk Puli’s bestonden die licht of veelkleurig waren. In het deel van de wereld waar ik en verscheidene anderen leven, hebben we nog grote boerderijen, open weidegebieden met levende cowboys, met colt 45's, samen met hun herdershonden op pad. Hierin is veel gelijkenis met zoals het honderden jaren geleden ging op de Hortobagy (Hongaarse) prairie. Zolang ik leef heb ik nog nooit een crème, abrikoos, blonde (fako) of veelkleurige Puli gezien, of er van gehoord, die voor zijn brood bij het vee werkte. Daar moet een verklaring voor zijn ! De Hongaarse kennelclub (MEOE) werd in 1899 opgericht. Het eerste Hongaarse hondentijdschrift, Kutyatényésztö [De hondenfokkerij] werd in 1930 uitgegeven, veranderde verschillende keren van naam. Na tien jaar van onderlinge strijd binnen de wereld van de Hongaarse herdershondenrassen scheidde de voorzitter, Dr. Raitsits, zich in 1924 af van de Hongaarse kennelclub. Raitsits begon met een eigen aparte registratie. Zijn pionierswerk zou door generaties bewonderd worden, maar met als doel de geregistreerde aantallen te laten stijgen, werden de Puli’s in vier maat-categorieën geregistreerd. Iets later, zeer waarschijnlijk om dezelfde reden, begonnen er andere kleuren op te duiken bij zijn registraties, die dan bijvoorbeeld werden aangeduid als een “licht gekleurde luxe Puli ...”. In een van de nummers van het Hongaarse Hondenfokkerijblad Kutyatényésztö deed een barones daar uitgelaten verslag van dat zij er in geslaagd was om witte Puli’s te fokken (door de mens gemaakte Puli-kleur Nummer 1). De bijgevoegde foto in dat blad toonde verschillende, verkleinde, grove, zwaarknokige komondorachtige Puli’s. Het interessante hiervan is dat dezelfde barones kort daarop verslag deed van een succesvol opgezette fokkerij van witte Puli’s in een heel ander gebied van Hongarije. Deze tweede reeks Puli’s zagen er allemaal uit als te groot geworden witte Maltezers (door de mens gemaakte Puli-kleur Nummer 2). Iedereen die geïnteresseerd is kan deze oude Hongaarse tijdschriften inzien in de Hongaarse Nationale Bibliotheek (Szecsenyi Konyvtar), te Budapest. Nog in de 1960er jaren waren de bewijzen voor de twee volledig verschillende vachtstructuren bij de witte Puli duidelijk te herkennen. Met verloop van de jaren werd transport van honden makkelijker in Hongarije. Toen ik al weer aardig wat jaartjes terug in Hongarije moest keuren, moesten we even wachten tot de volgende klasse de ring binnen kwam. Een oude vriend keurde een ander ras in de ring daarnaast. Toen hij mijn teleurstelling bemerkte over de kwaliteit van de witte Puli’s in de ring, leunde hij over de afscheiding, legde zijn hand op mij schouder en fluisterde in mij oor: “Maak je niet dik, ze (de witte Puli’s) zijn alleen bedoeld voor de Amerikaanse toeristen”. Deze twee verschillende witte vachten werden gekruist met goede zwarte Puli’s. De vroegere fokkers werden geholpen door de best bekende kynologische experts. Het resultaat hiervan is dat we vandaag enkele uitmuntende witte Puli’s hebben, zoals die te zien waren in oktober 2003 op de National Specialty van de Puli Club of America. In sommige landen gaat men er van uit dat de witten niet door de andere kleuren heen moeten worden en wordt de genenpoel voortdurend kleiner. De hele wereld veronderstelt dat voor het noodzakelijke verse bloed men zo nu en dan zwarte Puli’s heeft ingekruist of nog inkruist. Wat zal er gebeuren als er te veel stambomen onbetrouwbaar worden? Ik denk niet dat de genenpoel van de Puli nóg eens een langdurig kleurenexperiment toelaat. Het is voor elke fokker erg makkelijk om bijkomende nieuwe kleurenvariaties te introduceren, of variaties in structuur-kenmerken. Normaliter noemen we dit fokfouten. De crème, abrikoos, blonde (lichte broodkleur, fako in het Hongaars) Puli’s begonnen op te duiken aan het eind van de 1960er jaren. Zij begonnen op plaatselijke shows uit te komen in 1973 (door de mens gemaakte Puli-kleur Nummer 3). Ik zou er lucht aan willen geven te zeggen dat eerder dan enig wetenschappelijk experiment, een of andere seksueel overactieve straatfik verantwoordelijk is voor de hedendaagse abrikozen. Hetzelfde geldt voor de veelkleurige Puli’s. Een crème-kleurige hond met een zwart masker?! (maszkos fako in het Hongaars) (door de mens gemaakte Puli-kleur Nummer 4). We kunnen het geen eenkleurig ras meer noemen op de manier zoals we het eeuwenlang bekend is geweest! Het is al erg genoeg dat fako, zelfs in het Hongaars, een niet omschreven, “onbepaalde” kleur is, maar de nieuwe FCI/Hongaarse standaard vereist een “duidelijk zwart masker rond het gezicht”. De officiële vertaling van fako is “verbleekt”. Er wordt geen beschrijving gegeven van welke kleur de verbleking af komt en hoe het zou moeten wezen! De veelkleurige Puli’s werden bovendien vanaf het begin van de [kynologische] geschiedenis gediskwalificeerd tot op de laatste verandering van de Hongaarse standaard in 2002. Het is een feit dat de blonde kleur en bijbehorende kwaliteit nu al jaren instabiel is. Als dit tot de oorspronkelijke genenpoel van de Puli gehoord zou hebben, waarom werden zij dan pas in 2002 goed genoeg om in de FCI standaard te worden opgenomen? De kleurencontroversies bij de Puli gaan al jaren op en neer. Tot aan 1924 hadden de Puli’s bij de herders slechts drie kleuren. Vanaf 1924 tot 1945 leek het erop dat alle kleuren van de regenboog werden geaccepteerd. In 1962 werden alleen de drie oorspronkelijke kleuren en wit gepubliceerd in de Hongaarse keurmeestersgids. In 1977 werd een erg lichte crème kleur begunstigd door het boek van Sárkány en Ócsag [voorop de kaft]. In 2002 was eenkleurig crème uit-gefaseerd. Bij de verschillende schakeringen van beige en crème werd een zwart masker een verplichting ! Willen de Hongaren nu wel graag dat de wereld gelooft dat zij weten waar zij mee bezig zijn? Ach, ja, de politieke druk natuurlijk! Rond 1963 bezocht ik Dr. Ócsag om van hem te weten te komen wat hij kon vertellen over de Puli en zijn geschiedenis. We wisten dat hij het lievelingetje was van het communistische systeem, dus moesten wij dit voorzichtig aanpakken. De eerste vraag die hij voor ons had was: hoe kun je het beste je Puli’s in de VS verkopen? Het was merkwaardig dat zoiets voor hem van zo’n groot belang leek. Toen de kwestie van de Puli-kleur aan de orde kwam, werd hij bijna geïrriteerd toen wij vertelden dat we alleen geloofden in en alleen geïnteresseerd waren in de oorspronkelijke kleuren. Volgens hem zou het om financiële redenen van groot voordeel zijn als een Hongaars overheids-import/export bedrijf Puli’s in allerlei kleuren zou kunnen produceren. Dit doet denken aan het cabaret-liedje van “Money, money, money makes the world go round ....”. Omdat er voortdurend gehakketak was tussen de Puli-fokkers, exposanten en keurmeesters, heeft het Hongaarse Nationale Standaardisatie Bureau (dat boven de Hongaarse kennel club staat) een 29 bladzijden dik brochuurtje uitgegeven “Hoe keurt men een Puli” (A Magyar Puli Kulemi Biralata, uitgave nr. MSZ 6811-61, goedgekeurd 1 december 1961 en verplicht effectief per 1 oktober 1962). Onder kleuren leest men alleen: eenkleurig zwart, roestig zwart, grijs en wit ! Nog maar heel kort geleden vernam ik dat deze publicatie nooit officieel werd geannuleerd. Ik zou wel eens willen weten hoe de Hongaarse kennelclub dit aan de FCI denkt uit te leggen. In de duistere jaren van het communisme was het erg in de mode om de Hongaarse geschiedenis te herschrijven. In 1977 publiceerden Dr. Pál Sárkány Dr. Imre Ócsag het boek over de Hongaarse hondenrassen. Pál Sárkány was het product van de Russische school van de “theorie van het communisme”. Dankzij zijn politieke connecties werd hij eerst president van de Hongaarse kennelclub (MEOE) en gedurende een jaar van de FCI. Zijn hele leven heeft hij nog nooit een hond gehad! Sárkány heeft met zijn vrouw Los Angeles, VS, bezocht en ik heb persoonlijk een ontmoeting voor hem georganiseerd voor een aantal schrijvers van Amerikaanse hondenbladen. Een aantal minuten voor de eerste ontmoeting vroeg Sárkány me voor de zekerheid nog wat precies de draagtijd van een teef was. Ik zal wel zichtbaar van m’n apropos zijn geweest. De president van de FCI en van de MEOE die dit niet wist? Een paar minuten later probeerde we details uit te vissen over de FCI. Bijvoorbeeld, wat men nodig had om een internationaal kampioenschap te behalen. Hij had geen idee! Toen ik ongelovig mijn wenkbrauwen omhoog deed verklaarde hij: “Ik ben de uitvoerende macht en geen werkbij. Ik hoef dat niet te weten!”. En, jawel, dit waren de meest invloedrijke mensen die de veelkleurigheid hebben gestart, ontdaan van alle fokkersgekte, en mogelijk de verruïnering van ons geliefde ras! Ik ben er blij om dat in de meeste westerse landen de nationale politiek of politici niet de hondenfokkerij beïnvloeden. In verscheidene landen gaan fokkers, die niet in staat zijn om consistent eerste klas oorspronkelijk gekleurde Puli’s met gebruikskwaliteiten te fokken, met de muziekwagen mee. Ongebruikelijke kleuren verkopen best wel voor een tijdje. De denktrend van vandaag is: tegenwoordig is er maar een klein percentage (indien überhaupt nog) Puli’s dat nog bij de kudde wordt gebruikt. Daarom vindt men dat fokkers het recht hebben om de Puli te veranderen op elke manier die hen past... Er zijn veel (vaak Britse) rassen die in honderd jaar tijd niet substantieel werden veranderd in meer dan 100 jaar. We zien mogelijk wel dat het Engelse hondenwoordenboek zich moderniseert, maar niet de basis vereisten. Behalve kortstondig financieel voordeel zou ik geen reden op aarde weten om regelmatig de Puli-standaard te veranderen. Of we nu geloven dat ons ras eeuwen oud is of duizenden jaren, we zijn aan het ras verplicht. In de laatste 20-25 jaar hebben sommige fokkers de correcte Puli’s gekruist met de blonde en veel-kleurig gemaskerde blonden, en daarmee de genenpoel gevaarlijk uitgedund. De communistische en na-communistische geldhonger heeft een sfeer gecreëerd waarin sommige fokkers gewillig de geschiedenis en toekomst van de Puli in de uitverkoop brengen. Met inventief geadverteer via Puli websites hebben sommigen zelfs het lef te beweren dat de oorspronkelijke kleur van de Puli blond was! Generaties van herders met hun trouwe Puli’s moeten zich onderhand wel omdraaien in hun graven. Dit laat de vraag oprijzen: waar gaan we van hieruit naar toe? Wat kan men doen? Gelukkig heeft de veelkleurige rage de VS (nog niet) getroffen. Als een substantieel aantal fokkers, om te beginnen in Hongarije, en dan over de hele wereld, niet in staat zijn zich te concentreren om de oorspronkelijke Puli zuiver te houden, zal de uitkomst een ramp kunnen worden. De Puli’s zijn al een paar keer helemaal teruggekomen na bijna te zijn uitgestorven in de loop der geschiedenis. Ik hoop dat ze in staat zullen zijn om de slechte invloed van de huidige kleuren- en veelkleurengekte van zich af te schudden. Minden, Nevada, USA, mei 2004 Leslie Benis |
|