
In het land van Ali Wie was Ali? Ali heette voluit Ali Feutmenti, zoon van Mount Everest Haramia Harcos en Karkacvari Bibi. Hij was de grootvader van m’n eerste Zuidrus Astra en werd ruim 25 jaar geleden in Rusland ingevoerd door mw. Trofimova en was dus geen Zuidrus, maar een Komondor (zo bleek later), door de Russen weloverwogen uitgekozen voor bloedverversing. Hoewel we toen al vonden dat die namen op Astra’s stamboom een beetje vreemd waren en het gevoel al hadden dat ze niet zo Russisch klonken, viel toen niet te vermoeden dat het geboorteland van deze Ali nog eens gastvrijheid zou verlenen aan een kynologisch evenement zonder weerga, de tweede Euro Youzhak. Wellicht is het nuttig even het verschil uit te leggen tussen een Youzhak en een Euro Youzhak. Een Youzhak of Južak, uitgesproken als “joezjak” is Russisch voor “Zuidrus”. Een Euro Youzhak, of beter dé Euro Youzhak is een bijeenkomst van enige dagen van zoveel mogelijk liefhebbers van de Zuidrussische Ovčarka uit zo veel mogelijk landen en vooral ook hun honden. Aanleiding is dat er buiten Rusland zelden gelegenheid is om meer dan enkele Zuidrussen bij elkaar te zien. Vrijwel overal behoort de Zuidrus tot de zeldzame rassen, op tentoonstellingen kom je er slechts af en toe een paar tegen, terwijl de liefhebbers ook nog over allerlei landen verspreid wonen. Dat was twee jaar geleden aanleiding voor de eerste Euro Youzhak in Tsjechië, die dusdanig slaagde dat er al meteen aan gedacht werd om indien mogelijk de volgende in Hongarije te houden. De organisatie was in handen van dezelfde mensen, die het evenement bedacht hebben, twee van onze bestuursleden Diane Sari en Hieke Dijkstra, Sergio Zavattaro, een fokker en kynologisch auteur uit Italië, en twee Tsjechische foksters Ilona Kupčíková en Tamara Kahanková. Voor de gelegenheid was het organisatie comité uitgebreid met Gábor Hargitai, voorzitter van de Karakánclub (de Hongaarse club voor Russische rassen) en keurmeester voor de hele rasgroep, en zijn vrouw Hedvig. De twee laatstgenoemden waren zelfs essentieel voor het welslagen van het evenement, want er zijn nu eenmaal dingen die je vanuit de “buurt” zelf moet regelen. Zie bijvoorbeeld maar eens bijna 50 grote honden met eigenaars en aanhang ergens redelijk comfortabel en uiterst sfeervol onderdak te verschaffen voor vijf-zevende week. Men zegt wel eens dat als je iets écht heel goed doet, de engeltjes er stiekem een schepje bovenop doen. Aan die indruk viel gewoon niet te ontkomen! Om te beginnen had men als locatie gekozen voor het camping-jeugdherberg-bungalow-park op het Papsziget (= “Pauseiland”), een langgerekt eiland aan de Kleine Donau , door een brug verbonden met het vasteland van Szentendre (Sint-Andreas), een zeer oud stadje, gelegen op 35 minuten met de lightrail vanaf het centrum van Budapest. Naast het bungalowpark bevond zich het terrein van een hondenschool en de rest van het eiland was een soort publiek park met enorm oude en hoge bomen en een prachtig wandelpad rondom het eiland heen langs de Donau, heerlijk om ‘s ochtends vroeg pootje te baden, ruimte genoeg om enkele buurtbewoners niet te storen bij het vangen van soms behoorlijk grote vissen. Een uitgesproken hondenparadijs! Al gauw merkte ik dat het een ongekende buitenkans was om hierbij aanwezig te kunnen zijn. De Steenbrakken waren uit logeren gestuurd en Gorda, de Zuidrus die bij mij woont (een Rus zegt nooit “Ik heb een hond”, maar “bij mij is een hond”) mocht ook mee. Ze vindt dergelijke reizen en bijeenkomsten sinds de jonge hondendag in Ugchelen, toen ze 4 maanden oud was, een absolute must en vorm van juiste orde en voelde zich er evengoed thuis als iedereen. Het is altijd prettig dat je ziet dat een hond ook ergens van geniet en niet alleen maar als ondergeschikte achter de mensenideetjes moet aanhobbelen. Men was duidelijk ingesteld op de aanwezigheid van honden, want bij aankomst op woensdag 28 april kwam de beheerder alle gasten persoonlijk de hand drukken en even hartelijk elke hond begroeten en over de kop aaien. Voor de Zuidrussen en hun mensen waren bungalows gereserveerd, gebouwd op ca 1.80 m hoge palen, bedoeld voor als de Donau over het dijkje zou komen. Dat gebeurde gelukkig niet, want het weer bleef tijdens de hele Euro Youzhak netjes rond 20-21 graden. Moest je om half acht nog een jas aandoen, om 8 uur ‘s morgens begon het al knap warm te worden en werd het al tijd voor de zonnebril en een hoofddeksel voor de pigmentarme kaalhoofdigen. De Zuidrussen werden veelal in de openlucht op de ruime balkons geparkeerd, of aan een van de palen onder de bungalow, lekker in de schaduw. Zo ontstond op kleine schaal een soort gemeenschap, zoals je veel ziet op het Hongaarse platteland en zelfs in de vaak nog ongeplaveide zijstraatjes in de buitenwijken van grote steden: huisje met erf met hond. De mensen lijken daar bijna allemaal honden te hebben. Het zou een boekwerk worden om alles belevenissen weer te geven, maar dit impressie-ei moest ik toch even kwijt, tenslotte is zoiets in ons land bijna ondenkbaar. Dan de kynologische aspecten. Donderdag 29 april was de eerste feitelijke dag van de Euro Youzhak. Veel deelnemers moesten nog arriveren en wie er al wel was deed het rustig aan, na zo’n lange reis. ‘s Ochtends werden de Russische dames met hun honden van het station in Budapest gehaald. Zij waren helemaal uit Konakovo, in het district Tver, ten noorden van Moskou gekomen. ‘s Middags konden zij meteen mee voor een sightseeing-uitje naar het vlakbij gelegen openluchtmuseum Skanzen. Rond opgegraven resten van Romeinse villa’s/herenboerderijen heeft men daar historische huizen, boerderijen, werkplaatsen, molen, kerk en eigenlijk halve dorpen uit allerlei delen van Hongarije naar toe gebracht. Er graasde ook een kudde ratska(schroefhoorn)-schapen en er woonde waarachtig een Mudi, die de passanten nijdig toesprak vanaf bovenop een muurtje naast de stal van de steppe-runderen. Het wekte niet zo’n prettige indruk dat hij aan de ketting lag, maar het beeld was wellicht historisch verantwoord. Herding test De test werd gehouden in Vasad, ten zuiden van Budapest, aan het begin van de Grote Hongaarse Vlakte, een geheel ander soort landschap dan Transdanubië, waar Szentendre ligt. Vanaf de hoofdweg moesten we een heel eind een hobbelige zandweg afrijden, zo stoffig dat je degene die voor je reed niet meer kon zien. De testplaats was een afgezet weilandje bij József Árkosi, die ook de keurmeester en begeleider van de test was en ook zijn eigen schapen ter beschikking had. József Árkosi is een naam om te onthouden, want hij heeft eigenlijk een stukje zeer essentiële kennis van de Zuidrus toegevoegd. Zelf fokt hij schapen, ganzen, kalkoenen, fokt of heeft Pumi, Puli, Mudi, kleine gebruikstypes Working Sheepdog, Komondor en Kuvasz en fokt ook Australische Kelpie’s. Menigeen was erg benieuwd naar wat de proef precies inhield. We gingen er altijd vanuit dat de Zuidrus een typische vertegenwoordiger van de groep de kuddebewakers is en geen drijver zoals de Border Collie. Dit is ook wel zo, maar tevens is dit te zwart-wit gesteld en gaat het in dit geval om de grijswaarden. Tussen drijfhondenrassen bestaat ook best nogal wat verschil. De test was dus geen test om te zien hoe de honden de kudde tegen aanvallen van wolven of rovers zouden beschermen, maar ging om te kijken hoe de honden in staat waren de schapen in een hoekje bijeen te drijven en te zorgen dat ze daar bleven staan. Verwachtingen (hier en daar hardop denkend geuit) over (door de honden) op- of aangevreten schapen kwamen geheel niet uit. Hond noch schaap liep een schrammetje op. Na een kleintje pálinka (soort Hongaars water) begon de test, waarbij alles netjes en orderlijk verliep. Voor het binnengaan van de schapenwei moest elke hond even onaangelijnd blijven liggen en daarna op commando naar de baas toe gaan. Dit was hoofdzakelijk om te zien of de normale omgang baas-hond wel in orde was. Dit gaf bij geeneen deelnemer problemen, ondanks dat er op enkele meters afstand een paar boze Komondors luid blaffend tegen het hek van hun verblijf stonden aan te springen. Dan kwam het moment. In het weitje liepen een aantal merino- en ratska-schapen van verschillende leeftijd en geslacht en ook een lam. Een enorme merino-ram was een kop groter dan de rest en was ondanks zijn welgemutste oogopslag behoorlijk indrukwekkend. De schapen waren natuurlijk wel honden gewend, maar andersom niet, evenmin als hun bazen. Alle deelnemers waren gewone huis- en tuin-Zuidrussen uit vier verschillende landen en verschillende lijnen, en bovendien van heel uiteenlopende leeftijden (ca een jaar tot bijna 13 jaar). Onder begeleiding van József Árkosi werd per keer een deelnemer (baas met hond) in het weitje gelaten. Eerst moest men rustig met de hond aan een relatief lange lijn naar de schapen toe lopen. De truuk was dat meestal na wat heen en weer geloop een paar schapen sneller gingen lopen, wat bij een Zuidrus een soort “wanorde-signaal” lampje zou moeten laten branden, waarop de hond ook zijn pas versnelt en er achter aan zou gaan. Op dat moment kreeg de eigenaar de aanwijzing de hond los te laten en ging het lampje bij de deelnemende hond nog harder branden, en was het de bedoeling dat een verborgen knop zou worden omgeschakeld. En daar zagen we dit ook echt gebeuren: zonder er ooit voor getraind te zijn en eigenlijk zonder aanwijzingen joegen de Zuidrussen de schapen na, echter zonder ze aan te vallen, maar alleen om ze in een bepaalde richting te drijven. Namen enkele schapen weer de benen, dan schoot de deelnemende hond daar weer achter aan om het schaap weer naar de groep te drijven, totdat een minimale tijd de groep bij elkaar gehouden werd en geen schaap er meer over dacht ergens anders heen te gaan. Er waren totaal acht deelnemers, waarvan er zes slaagden. József Árkosi gaf aan dat een aanleg-test was, bedoeld om te kijken wat een hond van nature genetisch in zich heeft. Als ik het goed heb was de test eerder maar een keertje met een Zuidrus uitgeprobeerd en op grond van dat resultaat deze eerste “Herding test” in de geschiedenis voor de Zuidrussische Ovčarka georganiseerd. Opmerkelijk was dat hij uitdrukkelijk stelde dat de Komondor als ras geheel niet geschikt is voor zo’n test. De Zuidrus daarentegen zou met wat aangepaste training menig schapenhouder best van pas kunnen komen. Interessant is dat we op zo’n manier ook wat te weten zijn gekomen over de oorsprong van de Zuidrus. Dat dit ras en de Komondor verwant zijn staat wel vast, maar nu blijkt er toch een genetisch bepaald verschil te zijn in werkaanleg, en de Zuidrus dus over ruimer ingestelde werkeigenschappen beschikt dan de Komondor en meer kan dan alleen de kudde bewaken en beschermen. Zodoende wordt de link met de Oud-Duitse Hirtenpudel des te meer voor de hand liggend. Een mooi stukje organisatie was dat wie wilde na afloop meteen ter plekke een officieel FCI-herding test-certificaat kon krijgen tegen betaling van deelnamegeld. Toen het donker was geworden en aan het kampvuur geroosterde spek, brood en paddestoelen met wat pálinka doorgespoeld waren gingen we weer naar huis d.w.z. het bungalowpark aan de Donau. Lezing De lezing werd besloten met een avondje pörkölt eten (gerst en fijngemaakt vlees, stevig gekruid met paprika) en paddestoelen met gebakken kaas voor de vegetariërs. De Zuidrussen-show Als keurmeester fungeerde de Hongaar Peter Harsányi, die het ras goed kent en recentelijk nog op de Eurasia 2004 in Moskou heeft gekeurd. De mensen kregen keurige verslagen, uitgeschreven in het Engels, terwijl hij per klasse uitgebreid publiekelijk vlot en kundig verslag deed in het Hongaars, Russisch en Engels. Met honden van tal van verschillende bloedlijnen, fokkers en landen samen zou het vreemd zijn dat er geen verschillen te zien zouden zijn. De kwaliteit was echter behoorlijk hoog en paste genoeg binnen de potentiële variabiliteit van het ras om alle deelnemende honden de kwalificatie U te geven, met uitzondering van een reutje van 5 maanden die het nog met “veelbelovend” moest doen. Enkele uitslagen volgen hier met foto’s. Wie meer, of zelfs nog veel meer wil zien, moet op Internet wezen: www.ovcharkainfo.com – > Euro Youzhak 2004. Daar treft u van alle deelnemende honden verschillende foto’s aan met de bijbehorende gegevens. Afscheid Op maandag 3 mei moesten we met pijn in het hart weer inpakken. Het gezelschap dunde steeds meer uit. De Russische dames moesten met hun honden weer naar het station van Budapest. Daarna zijn we nog wezen mijmeren en beentje strekken in de uitgestrekte bossen in de meer bergachtige streek ten noorden van Budapest. Gorda vond dat modderwater in de plassen langs het bospad heerlijk en veel beter dan uit de kraan. Vierentwintig uur later waren we – via Nieuwlande bij Hoogeveen – weer thuis. De bungalow aan de Donau hadden Gorda en ik gedeeld met Tom Murray, een Zuidrus-fokker uit de buurt van Chicago. Hij bekende dat de Zuidrussenmensen de beste mensen zijn die hij ooit had ontmoet in zijn hele leven, het afscheid van hen en het land geeft een gevoel alsof je in tweeën gespleten wordt. De omgeving droeg daar natuurlijk ook aan bij, maar wet betreft “oost-west thuis best” is ons thuisgevoel nooit meer compleet zonder de Euro Youzhak 2004. Leo Bosman
|
|

De Južaks van de Pobeždaj Ljubja-kennel uit Rusland (v.l.n.r. Oblako, Groza, Bystraja Bagira en Volga).
Aangespoord met het vierstemmig "khorošó, khorošó, bravó!" van fokster Larissa Nedikova en haar
helpsters OlgaI, OlgaII en Nataša D. werden zij beste in de groepsklasse.